Kazachstan (2)

Werner heeft geen zin om de tent op te zetten en blijft achter in het gasthuis om te overnachten. Tijdens het eten is zijn achterband leeg gelopen. Het is hem welletjes geweest. Hulp is niet nodig, die band komt vanavond of morgen wel in orde. Verderop op de steppe wordt het kamp uitgebreid. Voor de zon uitdooft haalt Stefan nog flesjes bier uit zijn fietstas. Flesjes met een gouden etiket en gebrouwen in Kazachstan. Pim zet nog een pan water op het vuur voor een kop thee. Er kan gekozen worden tussen groen, zwart of kamille. Het is leerzaam om andere fietsers tegen te komen. De materialen van andere reizigers in het bijzonder. De routes en plannen worden doorgenomen. Stefan heeft huis en baan opgezegd voor deze reis. Zoals hij al eerder heeft gedaan voor een lange fietsreis naar Zuid-Amerika. Nu is zijn koers naar de Oost door Siberië en richting Vladivostok, het begin en het eind van Rusland.

Op naar Qandyaghash. In een waaier wordt een reconstructie van het maanlandschap aangetroffen. Het waait flink op de maan als we door de kraters heen fietsen. De gaten in de weg geven een mooie afleiding tijdens het worstelen met de wind. Langs de kant van de weg liggen veel vrachtwagenbanden en luchtfilters zo groot als wastrommels. Ook voor het vrachtverkeer is dit een lastig parcours. De vrachtwagens passeren middels de b-weg van vlak zand die parallel aan de hoofdweg loopt. De weg is zo hard als het pantser van een schildpad. Maar zelfs met een stofkap is het moeilijk ontsnappen aan het fijne stof. De hoofdweg lijkt nog steeds de beste optie. Om de 5 kilometer wordt de koploper gewisseld vanuit de achterhoede. Pim kijkt op zijn ‘sputnik’ apparaat en geeft het signaal voor de wissel. Op de kaart worden centimeters gemaakt. In de lucht hangt een roofvogel van formaat. Voor een ogenblik lijkt hij ons te volgen en zijn schaduw scheert mee over het wegdek. Zou dit al een beetje op Mongolië lijken? De wijdheid en het groen. Voldaan eten we pasta langs de kant van de weg. Zo wordt de dag strijdbaar genoten.

Er ligt een klein dorpje in de verte. We rijden de hoofdweg af op zoek naar water. Een jongen van een jaar of 14 haalt een rode emmer vol water uit het schuurtje en we kunnen de flessen en waterzakken naar hartelust vullen. Water wordt in de dorpen doorgaans uit de waterput gehaald of met een truck aangeleverd en is van goede kwaliteit. Een man roept iets in het Russisch vanaf het toilethok dat midden op het pleintje staat. We zijn al weg voor hij naar buiten komt. Een watercloset is een onbekende luxe in het dorp. De luxe van Kazachstan is ruimte. We hebben genoeg water geladen voor een ‘Franse douche’ zoals ze die in Duitsland noemen. Nakend op de steppe met een bidon van 700 ml in de hand. Er wordt van boven naar beneden gewerkt.  Efficiënt en hygiënisch. Eerst de voorwas met een beetje zeep. Vervolgens het restant van de bidon om te spoelen. Met de Franse douche komt de lentefrisheid iets dichterbij en is de huid weer zoet. Schoon schip voor het slapen gaan. Spaarzaam wordt de volgende bestemming behaald.

De wind is een vroege vogel en de richting is nog altijd ongunstig. Vroeg opstaan maakt weinig verschil. Voor ons is de zon de wekker. Werner hebben we al een dag niet gezien maar opeens zien we hem staan bij een kafe langs de weg. In het kafe ligt een gastenschrift. Jan de wandelaar heeft geschreven. Hij heeft de afstand van Nederland naar hetzelfde kafe in 7 maanden gelopen. We zullen deze wandelaar niet ontmoeten onderweg maar we genieten net als Jan van een geslaagde maaltijd.

Er wordt besloten om samen naar Qandyaghash te rijden waar onze wegen zullen scheiden.’s Middags rijden we door Baighnin waar proviand en valuta kunnen worden ingeslagen.  Schijnbaar is er al snel melding ontvangen van 4 wereldfietsers met een stevige trek. Bij het inslaan van de nodige levensmiddelen komen agent Arthur en kornuiten aangereden. De paspoorten worden aandachtig bekeken. De agenten maken de vergelijking met de pasfoto’s. Daar kan stevig om gelachen worden. Gelukkig door alle aanwezigen want het is ook best grappig. De baarden groeien als hennep. Er wordt geen notie gemaakt van het ontbreken van de ‘politiestempel’ op het visumpapier. Die hadden we schijnbaar moeten halen in Atyrau, de eerste grote stad na de grens. De stempel is een formaliteit die een agent de gelegenheid kan geven om boetes uit te schrijven. Arthur heeft meer oog voor de blauwe werkfiets en gebruikt zijn autoriteit om een rondje te kunnen fietsen. Er worden intussen boterhammen met kaas en roomboter gegeten. Er heerst een stevige trek in de namiddag. Laat die agent maar zijn werk doen dan kan er tenminste gegeten worden. Plots komt de hoofdcommissaris aangereden en brengt zijn troepen weer in het gareel. Zijn snor staat op onweer en het smeren van de boterhammen moet per direct worden gestaakt. Als de wiedeweerga moeten we onze biezen pakken en wegwezen. Het dorp uit. De rest van het dorp kijkt toe en zwaait als we onze weg vervolgen. Plastic tasjes met boodschappen bungelen aan de fietsen. De  hoofdcommissaris volgt ons in zijn Lada. Tot aan de rand van het dorp. Het was een lekkere boterham. De proviand was voor de commotie al op peil gebracht en zo kunnen we rustig de weg vervolgen. Buiten het dorp worden we ingehaald door een terreinwagen. Met een glaasje wodka worden we alsnog welkom geheten in Kazachstan. Met een brandende keel gaan we op zoek naar een mooie kampeerplek.

Het landschap veranderd weer langzaam mee met de reis naar de Oost. De kleur van het zand en de begroeiing is net weer anders dan de voorgaande etappes. Op de fiets worden de veranderingen op een mooi tempo waargenomen.  De kampeerplaats ruikt naar Kazachtstaanse oregano. Je zou het op je pizza kunnen gebruiken waarschijnlijk. Mits het gedroogd is. De volgende dag wordt geen haast gemaakt als er ’s ochtends wentelteefjes worden gebakken. Ook de Oosterburen likken hun vingers af bij deze ‘Dutch delight’. Het recept wordt overgedragen. Duitsland is er klaar voor.

De laatste middag voor aankomst in Qandyaghash duiken we een dorp in. Want zoals elke dag is het weer zorgdragen voor voldoende proviand en water. Boys are back in town. De kinderen komen aangerend. In hoog tempo worden we naar de buurtsuper geloodst en veel handen worden geschud. Er worden sowieso veel handen geschud in Kazachstan. Ook bij de eerste ontmoeting sluit de linkerhand zich om de rechterhand. De hand die je geeft wordt zo kort omsloten. Hartelijkheid wordt geborgd en dat is traditie naar het lijkt.

Pim trakteert op ijsco. Er is genoeg voor iedereen. Onder toezicht worden de ijspapiertjes opgeraapt en in een oude oliedrum gegooid. Want een beter milieu verdient ook in Kazachstan nog de nodige aandacht. Alle kinderen zijn vrolijk gestemd en daar was eigenlijk niet eens ijs voor nodig. Na de ijspret worden we naar de zuiverste waterput van het dorp geleid. Voor het kamperen worden de waterzakken en flessen gevuld. De jongen die het water omhoog takelt slokt eerst zelf uit de metalen emmer. Het vertrek is nabij. Er wordt een gele bloem op de stuurtas gestoken.  Er staan nog zoveel vragen onbeantwoord op de gezichten van de kinderen. Maar er zal een slaapplek gezocht moeten worden. In het donker is dat echt geen pret. Die ervaring is al eens eerder opgedaan. Tot ver uit het dorp volgt een peloton wereldfietsers in spé. Als het gaat schemeren wordt er gezwaaid. De zomerse dag raakt ten einde. Verderop worden de koeien binnengaats gebracht. Enkele kilometers voorbij het dorp zetten we het kamp op. Chef Joep bakt pannenkoeken met appel en honing. De zon zakt al achter de heuvels en er wordt gesmuld tot de bodem van de beslagkom in zicht is.

‘Sozialistische Architektur’, zegt Werner als we Qandyaghash binnen rijden. We hebben het gehaald! De betonnen dozen in de verte hebben weinig charme maar het treinstation is statig en groot. We nemen de trein naar Shymkent, zo’n 1100 kilometer verderop. Globetrotter Werner was rusteloos in zijn pensioen en heeft China (via Kyrgystan) als bestemming. Hij besluit om naar Aralsk af te reizen, zo’n 500 kilometer verderop. Stefan, die zijn route vervolgd naar Rusland, spreekt zijn talen en regelt de kaartjes. Helaas zitten we niet in dezelfde trein als Werner. In het hotel verderop wordt geluncht en gedoucht.

Bij het uitzwaaien van Werner blijkt dat hij zijn trein heeft gemist. De treinen rijden op Astana tijden en hoofdstad van Kazachstan is +1 uur. Er wordt een nieuw ticket geboekt en het is een leuke verrassing als blijkt dat we alsnog samen in de trein naar de Oost zitten. ’s Avonds gaan we met de fietsen aan de hand op zoek naar onze coupé. Werner had zijn fiets al afgegeven en loopt slechts met zijn bagage. Zijn fiets is schijnbaar al op reis gegaan zonder hem. Dat is voor een wereldfietser bijzonder onprettig. Conductrice Twanny heeft even bedenktijd nodig als ze ons aan boord neemt. Ze kijkt naar de drie wereldfietsers met een geldig vervoersbewijs. Twee hebben een fiets en geen kwitantie voor de bagage en de oudste van het stel heeft wel een kwitantie voor de bagage maar geen fiets. ‘Ja, waar is mijn fiets gebleven?’, vraagt Werner aan haar. Twanny is een gezellige vrouw en neemt het hele stel aan boord. De fietsen kunnen in het rokershok. De omkoopsom bedraagt een fles Cola Cola, een banaan en een glimlach. En een extra knipoog van Pim.

De treinreis duurt ruim een etmaal. Genoeg tijd voor de lippen om weer te helen. De bedden van 1.90 meter lang zijn al uitgeklapt als we onze coupe bezoeken. We delen de ruimte met de Kazachstaanse versie van onze eigen opa & oma. Er is theewater aanwezig die opa gaat halen bij de conductrice. We worden verwend in de trein. Oma regelt de versnaperingen pakt goed uit met brood, roomboter, kaas en snoep. Dan snijdt opa het rundvlees voor bij de thee. Pim aast op een mooi stukje zonder al te veel vetranden. Maar opa is hem voor en stopt hem het vetste stukje toe. We zijn in bescherming onderweg.

Als we waker worden is Werner al uitgestapt in Aralsk. Op het scherm van de telefoon lezen we het goede nieuws; ‘Hi Joep & Pim, I got the bike! It was here before I arrived, but the guy was totally drunk, could not find it, another fellow helped me to locate it, take care, W’. De aankomst in Shymkent is in de avond. In de trein krijgt Joep zijn tweede lekke band. Het hotel kan nog worden behaald met de zachte voorband. In de badkuip van het hotel wordt de was gedaan en in de wasbak wordt de band gerepareerd.

Wasbaas Pim hangt de waslijnen kriskras door de hotelkamer. De volgende dag wordt er gewacht tot de was droog is. Dan is het weer tijd om de grens met China op te zoeken. Het grensdorp Korgas is nog 1100 kilometer fietsen. Er is nog weinig tijd over om te blijven hangen in Kazachstan.

Kazachstan (1)

Rust roest in Astrakhan.  Enkele dagen wordt gewacht tot het visum voor Kazachstan geldig is. Op papier worden reizen begrensd. De stad aan de rivier de Volga wordt verkend. Het is vreemd om te fietsen zonder zware last aan de bagagedragers. Een beladen fiets op het asfalt geeft een mooie rechte lijn. Astrakhan staat bekend om kaviaar. Voor astronomische bedragen worden de potjes aangeboden. Liever pindakaas voor de fietser maar daar wordt tevergeefs naar gezocht. We willen de zee zien. De Kaspische Zee. De eerste witte Lada met een taxibordje wordt ingedoken. ‘Kaspian More, Kaspian More, op naar zee! Laten we gaan zwemmen!’ Met zwembewegingen worden pogingen gedaan om de chauffeur op weg te helpen. Ondertussen ligt de roomboter al op de achterbank en wordt de lunch gesmeerd. De chauffeur begrijpt er geen hout van en na een hoop gesteggel eindigen we in het zwembad van het ‘Grand hotel’. Uiteraard worden we opgelicht door de chauffeur en we besluiten dan ook maar weer om de volgende keer de fiets te pakken.

 

Terug in het hotel zijn we net vlugge Japie misgelopen die een bidon en een gasfles van de fietsen heeft gepikt. Bij het gasthuis ‘Korona’ zien we Tatiana druk in de weer met kruiswoordpuzzels. Daar de taalbarrière soms wat energie kost wordt geen moeite gedaan om uit te beelden dat de beveiliging heeft gefaald. De lege houders op de fiets van Joep spreken voor zich en met een stille goedkeuring worden de fietsen in het kantoor van Tatiana gereden. Met zijn drieën zien we dat het goed is. Zo kan die Zweedse puzzel ook met een gerust hart afgemaakt worden.

 

Op bezoek bij het Kremlin. Op uitnodiging van de priester melden we ons in de namiddag om de klokkentoren te beklimmen. De roest wordt uit de benen gerend als blijkt dat de klokkenluider aan de late kant is. Boven aangekomen wordt de gehoorbescherming uit het kastje aan de wand gehaald. Om ‘machinekamer oren’ te voorkomen. Dan begint de Rus traditiegetrouw 15 minuten lang aan de klepels te trekken. De massief metalen plaat in het midden geeft de zwaarste en mooiste klank. Het is een klein orkest van jewelste. De oorkappen van Pim dateren nog van de eerste steenlegging en de ruil voor twee vingers is snel gemaakt. Beneden op het plein wordt de bevrijdingsdag gevierd. Alle kleuren van de regenboog dansen in cirkels. ‘Astrakhan is vrij!’, wordt er waarschijnlijk geroepen. Het zou ook iets anders kunnen zijn maar het klinkt goed. We kijken uit over een zonnige dag in de stad en voelen de klanken gonzen in onze buik.

Tatiana en haar collegae zien elke avond twee Hollanders bij de voordeur zitten. Daar wordt het avondeten op het vuur gezet. Net als op de camping. ‘Deur dicht! Muggen!’ Hoog tijd om weer te gaan fietsen. De dag voor de ingangsdatum van het visum kan er weer gefietst worden naar de grens die op 60 kilometer ligt.  Het is weer een verademing om de stad te verlaten. Nog even de tassen vullen bij megamarkt Lenta en op naar de Oost. Bij het vertrek uit het gasthuis ‘ Korona’ drukt Tatiana drie zoenen op de wangen. Het was toch wel gezellig die paar dagen.  Vlak bij grens worden de tenten opgezet. De rivier op locatie is buiten haar oevers is getreden en de graslanden zijn ondergelopen. Het gras op de kampeerplaats is kort en zacht gegraasd. Door koeien die waarschijnlijk nog nooit van een paspoort gehoord hebben. In de verte zien we de vrachtwagens het Russische kamp in- en uitrijden. Voor ons fietsers zijn 31 dagen toegang verstrekt voor Kazachstan en dat is weinig voor een traject van 3200 kilometer. Er wordt geprobeerd om het visum te verlengen en op advies blijven we twee nachten voor de grens wachten. Het baat niet helaas. Ook met hulp van de ambassade in Nederland blijkt verlenging geen optie. Overdag zien we enkele knapen met het water tot aan de knieën vissen op de ondergelopen landen. Vlak voor het eten worden we aangegaapt door graskarpers zo groot als het dijbeen van Ted van der Parre. We eten liever een flink bord pasta en bedanken voor het aanbod. ’s Nachts roert het water zich rondom de kampeerplek. Waar overdag nog slangen, kikkers, spinnen en krekels worden gezien, is het ’s nachts gissen waar het dierenrijk zich mee bezig houdt. De tenten worden goed dicht geritst en zo wordt er lekker slapen aan de grens. Twee dagen kamperen op dezelfde plek is genoeg om opgenomen te worden in de omgeving. Een joekel van een spin huist in het kooksetje. In de beker van Pim wordt de spin meegenomen bij een Rus die verderop zijn karpers aan het schoonmaken is. ‘August, August’ , en de vlakke hand gaat weer onder de kin. ‘ Zwarte spinnen’, die zijn sowieso dodelijk zegt de vrouw die naast de Lada staat. Er wordt veel zwarte thee besteld en zodoende weten we al wat Russische woorden mee te knikken.

 

De sprinkhanen worden uit de tassen en schoenen geschud en de fietsen worden in gereedheid gebracht. Op naar Kazachstan, op naar de grote kluif. De grensovergang aan de kant van Rusland verloopt soepel en vriendelijk. De vrouw met de stempel heeft de langste wimpers ooit gezien. We rijden niemandsland in en zeggen gedag tegen moeder Rusland. De grensovergang is 10 kilometer lang en komt uit op een minder vriendelijke post van Kazachstan. Bij navraag voor een mogelijke verlenging wordt de deur gewezen. We moeten maken dat we wegkomen op 9 juni 2012. De grens met China in ons geval. Of anders is er commotie. De beambte legt twee peacetekens over elkaar wat duidt op gevangenisstraf. Grensdagen zijn bijzondere dagen maar niet altijd even leuk. De maand Kazachtstan gaat in en de weg ligt open. Huizen van leem in de verte. Het zijn net kartonnen dozen. Maar dan met een asbest pijp. Voor de wielen glijden dit keer zwarte slangen met een gele kop de berm in. Die hadden we nog niet eerder gezien. Langs de weg naar Ganyuskino wordt 5 tegen 5 gespeeld. Ook dat zien we voor het eerst.

 

De zomer is vroeg in Kazachstan als er gekoerst wordt naar Atyrau. Het land warmt snel op in de zon en een forse wind komt vanaf de Kaspische zee. De wind verdubbelt de afstand in tijd. We passen het schema aan op de temperatuur en de wind. De grootste verandering is de forse siësta in de middag. Na ongeveer 40 kilometer op de teller wordt de schaduw opgezocht tot ongeveer 1600 uur. We treffen het bij Alek die de wacht houdt bij een ja-knikker. In zijn lichtblauwe keet wordt hij verfomfaaid wakker. ‘Thee?’ Dat lusten we graag. Alek maakt een kort rondje en sprokkelt takjes om het theewater te kunnen koken. Verderop wordt er gestaag olie uit de grond gepompt. De generator draait en de manometer geeft een constante druk aan. Een grote tank wordt gepeild. Om de twee dagen komt er een vrachtwagen langs om de olie over te pompen. Een opperbeste stop.

 

Er wordt langer doorgefietst in de avond want dan is het fietsen behaaglijk. Rond 1800 uur wordt de keuken uit de tassen gehaald. Joep is de chef en Pim de wasbaas. Zo is de huishouding een professie geworden. De fietsen zijn beladen met kilo’s water. Dikwijls zijn er al passanten en automobilisten geweest die flessen water kunnen missen en we steken ze dankbaar onder de spin. De weg naar de enige buurtwinkel binnen een straal van 25 kilometer is geplaveid met asbest. Op reis is angst een gezonde raadgever maar voor Pim lijkt de raad soms eindeloos. ‘Niet te veel stuiven hier!’ Met 6 flessen water in de hand merkt Pim dat hij nog wat oude angsten meesjouwt. Angst om ziek te worden en angst voor levensvreugde. Angst voor van alles. Het kost een boel energie en dat vooral ook tijdens het fietsen. De etappes kosten veel meer energie en niet alleen vanwege de straffe tegenwind. De bagage mag opnieuw worden ingedeeld. Wat kan er mee naar Mongolië? En wat mag er uit? Dat is de bijkomende luxe van een wereldreis op de fiets. Eenvoudig maar beslist niet makkelijk.

De omgeving is overzichtelijk. De horizon is eindeloos steppeland. ‘Hee, kamelen!’ Naast de bulten op de weg zijn er ook ineens ook bulten langs de weg. Kamelen doen onderling wedstrijdje lelijk kijken. Ze winnen allemaal. Anders dan de schapen, koeien en geiten die uit dezelfde berm grazen. Die kijken vooral verbaasd als we voorbij fietsen. De meeste koeien plassen ook tijdens het grazen. Heel anders dan de paarden die vrij over de steppes bewegen. Ze zien er gezond uit in Kazachtstan. Paarden hebben klasse.

De wind is gaan waaien als nooit tevoren op de weg van Atyrau naar Qandaghash. Het is overleven op de fiets. Het zand en stof knarst tussen de tanden. Op de kaart wordt gekeken waar de rantsoenen worden ingeslagen. Beter te veel dan te weinig en zo worden er lekkere spullen gehaald bij het ‘magazin’. Vol beladen gaan we het gevecht aan met de wind. Voorbij Magat nemen we afslag grintbak. Het blijkt de weg naar Mongolië. Langs de kant van de weg kookt Joep verse hutspot. Pim geeft een 8,5 en dat schept tevredenheid voor beiden.  We ontmoeten een groep Uzbeken op hun reis naar Rusland. Het is intussen al gaan schemeren en Pim geeft een demonstratie van zijn naafdynamo. ‘Ohhhhhh!’, ‘Ahhhhh!’, wordt er geroepen. De oudste van het stel geeft nog eens een zwengel aan het wiel. Het licht geeft een mooi schouwspel op de gebronsde gezichten. Net voor het donker worden de tenten opgezet en zo worden de dagen strijdbaar geklaard. Gestaag richting Qandyahash.

Al gauw blijkt een gevecht tegen de wind een moeizame strijd. Van de wind kan je niet winnen. Aan de wind kan je alleen wennen. In gedachten slaan we de boeken over meteorologie nog eens open. De wind zou toch landinwaarts moeten zijn? Onder een zeldzame boom niet ver van de weg mixen we melk, eieren en een mespuntje zout. Het oude brood komt goudgeel uit de pan. Hollandse wentelteefjes zijn favoriet tijdens het fietsen. Ineens fietst Werner voorbij. Hij had al vernomen dat er twee Hollanders voor hem uit reden. Dat vertelde de vrouw met het kind in het kafe. Zo worden we ingehaald door een krasse Duitser van 68. In het dorp verderop is een eethuis. Een man uit India vraagt waar onze volgauto is. ‘That is very interesting’ als hij merkt dat die er echt niet is. Binnen wordt een fles cola op tafel gezet. Het is vaderdag en hemelvaart in Duitsland. Dat moeten we vieren vindt Werner. Dan loopt  Stefan binnen en schuift aan bij het fietsersgezelschap. De 34 jarige Duitser had al wat vernomen van die vrouw in het cafe. Die met het kind. Temidden in Kazachtstan wordt nog een extra glas gevraagd. We eten soep en macaroni. Collega’s onder elkaar. Dat is nog eens een bijzondere ontmoeting.

Moeder Rusland

Mariupol, de havenstad aan de Zee van Azov werd vlotter aangedaan dan verwacht werd. Met de neus hoog boven het stuur werd vooraf getracht om wat frisse zeelucht op te snuiven. Bij het zien van de zware industrie aan de rand van de stad werd het enthousiasme al snel getemperd. Op kolen gestookte kolossen briesten zware dampen uit. De bebouwde kom was gevuld met smog en dat ontsiert een havenstad. Desondanks was het blijdschap die de overhand nam. Het tweede waypoint was bereikt en het aangezicht van de zee doet ook goed.

‘Ja koeien!’ roepen we en we laten een familiedoos chocola achter op het adres waar de paspoorten in ontvangst genomen worden. De visa voor de rest van de fietsreis zijn binnen. ‘Ja koeien’ is dikwijls gebruikt op de tocht door de Oekraïne. Het betekent ‘bedankt’.  De Oekraïners hebben er ook schik mee als we Oekraïens praten. Wij hebben er plezier in als we ‘Ja koeien!’ kunnen roepen. Terug in het hotel ontmoeten we de mevrouw met de schone was. Ze oogt wat zenuwachtig als ze de kamer binnenloopt. Als de hoofdprijs wordt medegedeeld wordt duidelijk waarom. Met behulp van de kaart van Oekraïne worden de waskoersen weergegeven over de gehele linie van het land. De vraagprijs wordt gehalveerd en zo ontstaat er een akkoord. Graantjes meepikken bij toeristen is een wereldwijd verschijnsel maar het mag best binnen de perken blijven. Iedereen is bezig met overleven, dat is ook universeel. Er kan weer in ieder geval weer gefietst worden met de lente in de zeembroekjes.

Op naar de grens met moeder Rusland. Buiten de bebouwde kom van Mariupol wordt een korte pauze gehouden. Het geeft rust om weer uit de stad te zijn. De lucht is fris en de zon schijnt aangenaam. Even een appeltje schillen en een stuk king size Kitkat® als tussendoortje. Op reis wordt veel chocolade gegeten en waar mogelijk wordt er ook nog pakje roomboter in het winkelmandje gegooid. Het lichaam van een wereldfietser is vol in bedrijf. De weg van Mariupol naar de grens loopt langs de Zee van Azov en halverwege de etappe wordt de middagpauze genomen. De wind staat landinwaarts en even lijkt het er op alsof er op de brugvleugel geluncht wordt.  Met de oren in de wind wordt brood met roomboter en kaas gegeten.

De laatste stop is zo’n 12 kilometer voor de grens. Er is een probleem met het standaard van Joep en er wordt een garage bezocht. De lasverbinding heeft het laten afweten en sinds een aantal dagen noemt Pim de fiets een ‘Harley Davidson’. Een fiets zonder goed standaard takelt snel af is de ervaring. De garagehouder heeft een MIG lasapparaat en dat geeft vertrouwen. Het doet echter zeer als de blauwe poedercoating wordt weggebikt om de las te kunnen leggen. Na een nieuwe las lijkt het euvel te zijn opgelost maar als de last weer wordt gehesen zakt de fiets weer door zijn hoeven. De nieuwe las heeft het ook niet gehouden. Met een sigaret in de mond trekt de garagehouder het standaard van het frame af. De oorzaak lijkt dieper te liggen als er een kleine scheur in het frame wordt waargenomen. Het is de Rus nu ernstig en de slijptol wordt uit de la gehaald. Nadat het staal opnieuw is voorbehandeld wordt een nieuwe las rondom het verbindingsstuk van het standaard gelegd. Het ziet er niet slecht uit maar een verbetering is het niet te noemen. Enkele militairen die hun kinderwagen hebben laten lassen vragen of we ook marihuana roken. ‘Maar jullie Nederlanders roken toch marihuana?’ Verbaasde blikken nemen de kinderwagen weer mee. Onze aandacht is nog steeds bij de fiets die intussen tot ‘werkfiets’ wordt gedoopt. Met een Ferrari rode kwast. Garantie tot aan Mongolië.

Aan zee wordt de laatste nacht in de Oekraïne doorgebracht. We zijn de enige in het hotel op een verliefd stelletje na. Maar die vertrekken voor de avond valt. Met het vooruitzicht op het Europees kampioenschap draagt de schoonmaakster een hoofddoekje met de print van een voetbal. Buiten ligt het strand er verlaten bij. Er wordt gewacht op een nieuw seizoen vakantie gangers. Langs de waterlijn liggen plastic bierflessen en tussen de schelpen stukken asbest. Dan duiken we in zee en het water is nog ijskoud. In gedachten wordt er een vinkje gezet. Want deze Zee van Azov stond op het lijstje. Een mooie afsluiting van de succesvolle tocht door de Oekraïne.

De grens met Rusland is vanaf de badplaats slechts een half uurtje fietsen. Bij aankomst oogt de grensovergang rustig. Van de laatste valuta wordt peperduur mineraalwater gekocht en we zijn klaar voor de Russiche Roebel. Bij het eerste loket eten we graankoeken terwijl de beambte de paspoorten in behandeling neemt. Het gaat vlot en als de graankoeken op zijn worden de paspoorten alweer teruggegeven. Er wordt weer gebladerd naar de stempel en we zien dat we officieel uit de Oekraïne zijn. In niemandsland worden we op de foto gezet vanuit het raam van een Russische auto. Bij de Russische grenspost kost het iets meer tijd om de stempel te krijgen. Een tijdsbestek van drie graankoeken zou je kunnen zeggen. Een man met een ‘bommenspiegel’  in de hand kijkt boos als er twee fietsers aan komen rijden. Er valt ook weinig te koekeloeren onder een wereldfiets. Achter het glas wordt de stempel voor ‘ Rusland in’  gezet en bij de tweede controle is het tonen van een paspoort niet eens meer nodig. Ze geloven het wel. Laat die Hollanders maar lekker fietsen. Groen licht voor Rusland.  Even verderop wacht Elena met thee en koekjes.

 

Vanuit Rostov a Donu verliezen we de Zee van Azov uit het oog. Er wordt vooruit gekeken naar de de Kaspische zee. Het asfalt ligt er goed bij in Rusland. De etappes sluiten aan op Oekraine en de omgeving is eindeloos groen van het jonge gewas. Boven de velden wijzen de roofvogels met hun snavel aan waar de wind vandaan komt. Die richting blijkt vaak ongunstig en het is vaak ploegen voor de degene die voorop rijdt. Het graan staat inmiddels al tot boven de enkels en we vinden mooie kampeerplaatsen op akkers die braak liggen.

Zodra het kampvuur is uitgesmeuld in de ochtend wordt de weg weer vervolgd. Een goede kampeerplek zoeken behoort tot een van de vaardigheden van een wereldfietser die continu in ontwikkeling is. We zetten de tenten naast het spoor om treinen te spotten. De diesels geven een mooi geluid en treinen zijn leuk om te zien. Blijkbaar is ons bescheiden kamp toch te dicht bij het dorp als we zelf worden gespot door dronken jongelui in een Lada. Overdag was het nog gezellig met de nieuwsgierige omwonenden. Verse eieren, zelfgemaakte wijn en appels uit eigen tuin worden ons toegestopt. Er wordt gekookt op euro 95. Uit de Lada Niva van de buurman die persoonlijk aan de bezineslang lurkt. Maar ’s nachts na drieën verdwijnt de gezelligheid. De dronken jongelui komen de slaap ruw verstoren. Op volle toeren worden de Russiche hits gedraaid en op een vervelende manier wordt geprobeerd om ons reizigers uit de tent te lokken. Als er om geld wordt gevraagd wordt de situatie nog lastiger gemaakt. Met het gedender van de vrachttrein van 0400 uur verstomt de disco in de verte en de tent kan eindelijk worden dichtgeritst. Een pak van ons hart want het gevoel van kwetsbaarheid geeft onrust en zet de zintuigen op scherp. Met de dageraad komt de vriendelijkheid van Rusland terug en we trekken lering uit de gekozen kampeerplaats. In het dorp verder op de koers drinken we koude Pepsi cola op een boomstam. Goed voor de darmflora is ons verteld. Rust in de tent.

Langs de weg naar Elista staat Andriy. Enthousiast worden ons potjes honing en zakken noten aangereikt. De producten komen Vladivostok (Rusland) wat in het verlengde van onze koers ligt. De proviand krijgt een boost met deze gift want deze honing en noten schijnen enorm gezond te zijn. Met wat kilo’s meer op de bagagedrager wordt de weg vervolgd met een glimlach. Nog geen 10 kilometer verder wordt er weer een hand opgestoken en we stoppen bij nog een enthousiaste Rus. De taalbarrière is groot maar met een boekje met illustraties worden mooie gesprekken gevoerd. De pagina met insecten wordt er bij gehaald. Daar was inmiddels al kennis mee gemaakt met het kamperen maar hij legt een nadrukkelijke vinger op de spin. Als cadeau kunnen we een bus Russische chemicaliën in de fietstas stoppen.

Waar het aantal straathonden is verminderd ten opzichte van de Oekraine, is het aantal insecten exponentieel toegenomen. Rusland heeft gordijnen van muggen en vloerkleden van spinnen en ander gespuis. In de tent is het vaak maar de vraag of je alleen ligt en als er een boterham wordt gegeten is het opletten of je die alleen aan het eten bent. Het maakt Rusland geen rustland en dat is jammer. De honden die worden gepasseerd liggen vaak langs de kant van de weg en zakken terug in moeder aarde. De neus gaat er van verkreukelen als de wind niet gunstig staat.

Bij Yashalta houden we halt op een heuvel. Het uitzicht is de grandeur van Rusland die we doorkruisen. De Oost is veranderd in een horizon van eindeloze steppes. De reis begint echt ergens op te lijken. Pim merkt op dat ook de conditie beter wordt en hij heeft gelijk want het fietsen gaat goed. De mensen onderweg vinden Holland inmiddels ver weg en zo is het ook. We zijn al ver van huis en voor het eerst voelt dat ook echt zo. Halverwege Rusland verschijnen de zoutkristallen op de petjes. De zon begint scherper te worden. Het is te merken aan de waterconsumptie en het energieverbruik van het lichaam. ’s Avonds worden gezinsmaaltijden gekookt en bij de thee wordt nog een forse cake als extra toetje gegeten. Het besluit wordt genomen om siësta in te lassen mits er nog wat schaduw te vinden is onderweg. Langs de weg zijn sporadisch oases gepland voor de automobilisten. Er wordt verkoeling gevonden in de schaduw van een boom en we laten het zweet drogen door de steppend. Zonder haast lopen de kuddes koeien over de weg die naar Astrakhan leidt. Automobilisten weten zich geen raad en slalommen om de herkauwers heen. De koeien hebben vrij spel in Rusland.

Meerdere malen wordt onderweg een camping beloofd die in Divnoe zou moeten zijn. Die camping blijkt er niet te zijn. Zwembaden, verse friet en wifi bij de tent worden uit het hoofd gezet. Er wordt echter wat beters getroffen als het motel ook een kleine vliegbasis blijkt te zijn. ’s Ochtends om 0700 uur wordt op de deur geklopt en enkele minuten later gaan we in vogelvlucht over de koerslijn heen. Het is een fortuinlijke ervaring.

Op de steppes lijkt de wind het aantal insecten flink te reduceren. Tot grote blijdschap voor ons kampeerders. In de middag komt het bijna tot een botsing met een slang die op de A154 richting Astrakhan ligt. Bij navraag bij de benzinepomp verderop geeft de man het universele gebaar met de vlakke hand onder de kin. We zijn gewaarschuwd en elke kapotte distributie riem is voortaan een verdacht object. De wijsvinger gaat ook naar de schildpad in het illustratieboekje. Die hebben ze ook in Rusland.

Boven op de heuvel doen we een grote boodschap. Dan is daar het is het moment waarop je thuis op de spoelknop zou drukken. Op de Russische steppes wordt er vreemd opgekeken naar een elftal vliegende zwarte olijven. Ze komen in helikoptervlucht dichterbij. Als de landing wordt ingezet blijken het mestkevers en ze hebben het voorzien op een hoop afval. Het is net een schaal bitterballen op zonnige vrijdagmiddag. De drol is een waar schouwspel geworden en binnen enkele minuten is de cirkel weer rond.

Op de weg naar Astrakhan denderen de vrachtwagens met onbegrensd vermogen voorbij. Het kielzog geeft een duwtje in de rug.  Zonder problemen wordt de havenstad bereikt. De ogen zijn nu gericht op Kazachstan dat wordt gezien als een flinke uitdaging door de omvang van het land. Op 9 mei zal de grens worden opgezocht. Op naar het derde waypoint; Atyrau. Het citaat van Hans is mooi op zijn plaats; ‘Noch roekeloos, noch vreesachtig’. Zo gaat de reis verder.

 

Oekraïne (vervolg)

Recht zo die gaat. De reis in de Oekraïne gaat gestaag. Het land kleurt inmiddels groen en enkele bermvuurtjes branden hun laatste meters halm en stro weg. Langs de wegen is ook al het zwerfafval verzameld. De zakken vol plastic worden afgevoerd met Russische trucks of ter plaatse in brand gestoken. Zwarte pluimen van oude vrachtwagenbanden vervuilen de horizon. Het voorjaar is hier een periode vol vuur. Tijdens het fietsen wordt nog steeds regelmatig de adem ingehouden totdat de rook om de hoofden is verdwenen.

Dagelijks wordt geprobeerd om de fixed speed af te wisselen met wat meer vermogen. ‘Eriks uurtje‘ wordt deze versnelling genoemd. Het beoogde resultaat is de kweek van extra spieren. Maar het is ook gewoon goed om de benen wakker te houden. Het uurtje komt soms ook wel uit op 15 minuten. Vooral met de wind van voren. Of als er gedemarreerd moet worden vanwege de streetfighters. Met het kwijl aan de kaken schieten ze uit de berm op jacht naar wat kuiten. Gelukkig zijn er nog geen wonden van honden (vraag uit groep 4). Demarreren in een verkeerde versnelling resulteert in blessures en daarmee was ook het rechterbeen van Joep tijdelijk in vermogen achteruit gegaan. Om niet uit het veld geslagen te raken door een paar vervelende honden stond Iwan de vriendelijke electrician te wachten met zijn witte Volkswagen bus. De fietsen werden achterin gelegd met als nieuwe bestemming; de volgende grote stad op de koers. De betekende 100 kilometer verder naar de Oost. Na de rit nog een traktatie van Iwan op een bakkie troost met suiker. De lift gaf kleur aan een asgrijze dag. April doet nog steeds wat ie wil en wij kunnen ons daar ook wel in vinden.

Terwijl er verder richting Azië wordt gereden lijkt het net alsof het gros van de ketelmonteurs op vakantie is. Pim is niet te spreken als blijkt dat Joep schijnbaar de boiler leeg heeft gedoucht van een dubieus motel. Dat maakt de start van de dag er niet beter op. Een eind fietsen biedt gelukkig soelaas.

Zuurkool op de ontbijttafel van het hotel. De arbeid van de fietser is afhankelijk van een goed gevulde maag. Op zoek naar een kampeerplaats ontmoeten we de familie Burtchak. Bijzonder gastvrij worden we uitgenodigd om bij de familie te blijven slapen. Maar eerst is er koffie. Met gebakken vis en groentesoep met aardappelen. Het geeft de reiziger energie; het eten maar vooral de hartelijkheid. ’s Avonds verliest Joep met schaken en worden pannenkoeken met abrikozenjam gegeten. De mokken worden gevuld met verse kersensap. ‘No E, no conservatives, pure natura!’, zegt Slava er bij. Want alles komt uit eigen tuin. Ook de bloedworst die met kabouterstukjes wordt geproefd. Ecologie staat hier schijnbaar hoog in het vaandel. Want ook Pim zijn klompen zijn al eens eerder geprezen om de ecologische waarde. Na een goede nachtrust wordt de keukentafel gevuld met macaroni, gebakken eieren, salade en gebakken lever.  Ook het eetpatroon is een (culinaire) reis aan het maken. Er wordt goed voor ons gezorgd. Wederom dankbaarheid.

De reis verloopt volgens schema en de grens met Rusland wordt volgens de planning gepasseerd op 21 april. Eerst wordt het tweede waypoint aangedaan; Mariupol. Hier worden de paspoorten naartoe gestuurd vanuit Nederland met de visa voor Kazachstan, Kirgizstan, China en Mongolië. Voor de boekhouders onder ons; de digitale Cateye van Joep staat nu op 2884 kilometer. Mariupol ligt op 225 kilometer afstand. De grens op 70 kilometer verderop.

Groeten uit Zaporozhye!

Nieuwsflits

De kinderen van OBS ’t Waliën hebben hun kunstwerk ‘Rotz(m)ooi blokhuis’ onthuld en er is inmiddels € 560,- opgehaald voor de kinderen in Mongolië! Een prestatie van de bovenste plank!

 

Oekraïne

Met de wind in de rug werd flinke vaart gemaakt in Polen. Het had al flink gestormd de laatste dagen. Maart roerde zijn staart. Op naar de grens met Oekraïne. Net voor de grens de laatste stop bij een supermarkt om daarna met volle maag de eindeloze rij vrachtauto’s te passeren. Terwijl de chauffeurs op wachtgeld zitten worden hotels en cafe’s strategisch uit de grond gestampt. Daar zit vast brood in. Ook personenauto’s worden in rijen opgesteld. Zelfs de auto’s met ‘UA’ stickers worden ogenschijnlijk uren in de wacht gezet. Met de paspoorten in de aanslag wordt op zoek gegaan naar de stempel om het land in te mogen. De eerste beambte die wordt aangesproken in zijn hok gaat in overleg met el chief. Het blijkt een grens te zijn voor vrachtverkeer. Een vriendelijke Oekraïner neemt ons mee de grens over met zijn witte bestelbus. Achterin worden blokken piepschuim aangetroffen die de fietsen keurig in de nieuwstaat houden. Na een paar uur wachten mogen we paspoorten afgeven aan het volgende hok. Niemand weet wat er gaande is. Ook de beambtes niet. Maar dat is Oekraïne zegt de bestuurder van de bus. In de bus worden krakelingen gegeten. Nog een paar gapen verder en de paspoorten komen terug. ‘You are in Ukraine now’, zegt de vriendelijke Oekraïner en we bladeren naar onze stempels. Na een kwartiertje ‘customs’ rijden we Oekraïne in. We zijn aangekomen in het grensland.

April doet wat ie wil. Alle seizoenen worden losgelaten in Oekraïne. ’s Ochtends een boel sneeuw en hagel. Afgewisseld met regen en zon. ’s Middags weer sneeuw en hagel. Het voelt goed om het weer te trotseren met fijn materiaal. Ook tijdens noodweer blijken de voorbereidingen goed geweest te zijn en blijven we droog en warm. Ook de handen en voeten. Zo veranderlijk als het weer is, blijkt ook het wegdek. Afdalingen gaan gepaard met licht geknepen billen en dikwijls lijkt het net alsof de velgen van de fietsen excentrisch zijn. Gelukkig zijn niet alle delen van de autoweg op vrijdagmiddag aangelegd. Het uitzicht is vaak eindeloos. Oekraïne heeft zeeën van land.

Onderweg wordt onze aandacht getrokken door claxonnerende auto’s. Op de autoweg worden we ingehaald door de talloze Lada’s en een duim wordt uit het raam gestoken. We rijden langs koffiekleurige akkers en we zwaaien wat af. Veel huizen wachten op kozijnen die er waarschijnlijk nooit zullen komen. Want de meeste aannemers zijn bezig met de kerken. Die staan er goed bij in Oekraïne. Langs de weg staat de berm in brand wat schijnbaar gebruikelijk is in het voorjaar. De dode materie van het vorige jaar verdwijnt de atmosfeer in en maakt ruimte voor nieuwe kiemen. Voor nieuw leven.
Als het weer het toelaat kan Pim de klompen weer uit de tas halen en op de pedalen zetten. Voor velen is dat een ware attractie. Met de wijsvinger wordt de route ‘Hollandia – Mongolia’ aanwezen op de kaart. De reacties zijn universeel positief en veelal met een glimlach of een zucht.

Niet iedereen is blij met fietsers. Op straat zijn de eerste streetfighter honden gespot. Meestal is het Joep die wordt gezien en Pim die achterna wordt gezeten. Het zal misschien aan de klompen liggen.

Op 1000 kilometer ligt Mariupol, het tweede waypoint. De weg er naar toe is een rechte lijn. De entry voor Rusland staat op 21 april. Daar gaan we voor.

Bedankt voor de reacties!

Groeten uit Viitivtsi