Ulaan Baatar – Asian foundation

De fietsen staan in de tuin van The Oasis te Ulaan Baatar. De twee wereldfietsers worden opgehaald met een geel busje. Op uitnodiging van Corrie wordt een bezoek gebracht aan een resort buiten de stad. Het resort is in handen van een Nederlander die het idee had om wekelijks kinderen uit te nodigen om op te treden voor Nederlandse en Belgische toeristen. Voor de kinderen is het een uitstapje die met plezier wordt aanvaard.

In de zomermaanden hebben de kinderen 3 maanden schoolvakantie. Ze zijn dan te vinden op het platteland. Uit de smog en met de voeten op het gras. Op weg naar het resort vertelt Corrie over haar werk in Mongolië. De realiteit is soms een moeilijk verhaal. Ook in Ulaan Baatar. Er wordt verteld over de barbaarse werking van koning alcohol. Over kinderen die gevonden worden zonder naam en de naam ‘gevonden’ dragen tot hun 18de levensjaar. Dan kan het eerste paspoort worden aangevraagd. De kinderen die worden opgevangen, wees of geen wees, hebben allemaal een verhaal. Er is een leven geleefd voor de puberteit is begonnen.

In het resort wordt gewacht tot de chauffeur de kinderen heeft opgehaald bij de rivier verderop. Door de regenval is de rivier alleen te betreden met de yak-kar. Ondertussen worden de handgemaakte producten verkocht in het resort. De Nederlanders en Belgen zijn scheutig met de valuta. Sloffen en andere spullen van vilt worden goed verkocht. De gasten zijn vooraf op de hoogte gesteld van het optreden en enkele mensen hebben kado’s van thuis meegenomen. Ook het plastic geldbakje raakt van lieverlee aardig vol en dat schept tevredenheid.

Door de motregen heen wordt de gele bus gespot. Bij de ingang worden de kinderen opgewacht die in traditionele kledij naar buiten stappen. ‘Ze hebben zich vast al omgekleed in bus’, zegt Corrie. Het entree wordt gemaakt met lachende gezichten. Als broertjes en zusjes lijkt het stel zich voor te bereiden. Lotgenoten onder elkaar. De chauffeur plakt gauw nog een stuk tape om de rechterzool van een kleine artiest. Zodra Corrie haar verhaal heeft gedaan kan het optreden beginnen. Een mix van zang, dans en gedichten vult de eetzaal. De wereldfietsers raken er stil van. De fietstocht heeft weer vorm gekregen. Het is een optreden vol energie en het applaus is waardig.

Na de kinderen zich tegoed hebben gedaan aan de boterhammen met jam en thee wordt de terugtocht gemaakt naar de rivier. Achterin de bus is genoeg ruimte voor ‘papegaaitje leef je nog’ en een robbertje stoeien. De spierballen van de wereldfietsers zijn een attractie. Want vaders ontbreken in het leven. Tijdens het stoeien voelt Pim de verborgen woede van een jonge knaap. ‘De kinderen hebben een gat in hun hart’, vertelt Corrie later.
Hand in hand wordt de rivier te voet opgezocht. Bij het afscheid vraagt de ‘dichter’ van het stel of er nog een wederziens volgt. Maar helaas zal dat niet gaan. Het reisschema is vastgelegd. Nog een keer worden zool en schoen van de kleine artiest bij elkaar gebonden met een stuk koperdraad. Bij de rivier wordt er gezwaaid.

Op bezoek bij de meiden van het ger-district. De foundation heeft een huis laten bouwen. Een groep meiden is bezig met het opbouwen van hun leven. Dromen worden gedeeld in een nieuw huis. Dromen die er mogen zijn. De stichting heeft er ruimte voor gemaakt. Het nieuwe huis vertoont helaas gebreken. Mongoolse aannemers werken niet met klasse. Het eerste dak was na een jaar al aan vervanging toe. Vocht is in de muren getrokken en ook de elektrische installatie laat te wensen over. Je zou er verdrietig van kunnen worden. Een goede elektricien kan beslist gebruikt worden. Om te werken met Mongolen is een olifantenhuid nodig.

Er is EURO 5.370 opgehaald voor de Asian Foundation! De tafel is rijkelijk bedekt en het welkom is warm. Er wordt ‘buuz’ gegeten. Een traditioneel gerecht in Mongolië. De bewaker van het terrein legt zijn hart in gezang. Uit dankbaarheid. De dames zingen mee. Het is een zegening.

Dinsdag 31 Juli gaat de trein naar Moskou. Het is tijd voor thuis.

Nogmaals bedankt,

Pim en Joep

Ulaan Baatar

Ziek zijn in de woestijn is een slopende zaak. Het lichaam is een open deur en het droge zand absorbeert alle mineralen en voedingsstoffen als een spons. Op dag vier zegt Joep tegen Pim; ‘Ik weet niet hoe lang ik dit vol kan houden’. Ook met medicijnen treedt er geen verbetering op. ‘We gaan je op een truck zetten’, zegt Pim. Op het moment van uitspreken voltrekt er een stoftrekkende stip aan de horizon. Alsof het een sprookje is komt er een truck aanrijden. Een zeldzame truck is de ervaring. Want de weg is niet de geplande route. Er is zowaar een zandweg gemist. Pim houdt de truck aan die met schapenwol is beladen. Er is plek voor twee wereldfietsers. Joep stapt in de cabine en Pim maakt het zich gemakkelijk op het blauwe zeil achterop. Op naar de stad Bayanghongor.

In het hotel wordt een dokter geraadpleegd. Pim trekt de Mongool Umrai ‘s middags uit de karaokebar. Umrai spreekt Engels en vertolkt het gesprek met de dokter. Het advies is een liter zoutoplossing dat middels een infuus wordt toegediend. Maar de dokter is druk dus er wordt een afspraak gemaakt om 00:00 uur ‘s nachts. Amrai zal er bij zijn. Maar eerst gaat hij zingen in de karaokebar. ‘Don’t drink to much!’ zegt Pim tegen Amrai. ‘No, I won’t!’, luidt het antwoord.

‘s Nachts is het druk in de hotelkamer van Joep. Amrai komt beschonken binnen met zijn vrouw en de dokter. Aan de lamp wordt een stuk tentkoord gehangen om het infuus aan te kunnen brengen. Pim heeft het koord maar overgenomen van de jolige Amrai want die is niet meer in staat om knopen te leggen. De rookmelder heeft het al moeten ontgelden onder het oog van zijn vrouw. Ze kijkt zoals nuchtere vrouwen kijken als hun man dronken is. Het is een gezellige boel en en het is fijn dat ze er zijn. Amrai houdt de stemming er goed in terwijl hij de bovenarm dicht knijpt om de ader zichtbaar te maken. Terwijl de dokter de naald in de ader steekt worden de Mongoolse medicijnen behandeld. Amrai vertaalt het recept terwijl de zoutoplossing langzaam uit de zak druppelt. Na een klein uurtje is de dokter ineens verdwenen. ‘Who’s taking de needle out then?’, vraagt Pim. Amrai knijpt de toevoer van de zoutoplossing dicht en het is zijn vrouw die de tape van de huid trekt en de naald er uit haalt zonder moeite. Amrai haalt het infuus naar beneden en begint een prop te maken van de zak, slang en naald. Alsof het een stuk oude krant is wordt het infuus in de prullenbak gegooid. Pim krijgt het even benauwd van het gezwalk en maakt even een blokje om. Voor Joep is beterschap dichterbij en dat is goud waard.

De noordroute wordt opgezocht. De etappe vanaf Bayanghongor naar Tstetserleg wordt deels gefietst en deels gelift. De twee wereldfietsers zijn het fietsen even voorbij. Er zijn weer bomen op de route en ze groeien alleen op de noordzijde van de bergen. Aangekomen in het eerste bergdorp blijkt er geen benzine te vinden om te kunnen koken. Er is geen paniek in Mongolië. De eerste Mongool op een motor wordt de lege benzineflessen getoond. Zonder een woord te zeggen trekt de Mongool de benzineslang van de carburateur af om de fles te vullen.

Op blote voeten worden de fietsen door de rivieren geduwd. De fietsen hobbelen over de keien. Het water wast het stof van de velgen. Liggend in het gras wordt de tijd genomen om de voeten te laten drogen. Een Mongools stelletje stapt van de motor af en volgt de wereldfietsers. Maar dan zonder natte voeten. Het is zomer in de vallei.

Aan het eind van de middag wordt voor het eerst rotte paardenmelk gedronken in een ger. De vrouw schept de drank uit een blauwe plastic ton. Het zijn andere levens in Mongolië. De ger staat centraal op het groen en de dieren staan centraal in het leven. Aan de kar van de grootste yak hangt de kaas uit te lekken in een witte zak. Een klein jongetje loopt met zijn flip-fluitketel rond te banjeren rondom de ger.

De tenten worden in de buurt opgezet van de gers. ‘s Nachts begint een dierenconcert. De honden beginnen in een soort morse over de vallei te blaffen. De yaks maken een harkend geluid. Net als de eerste arbeidsslagen van een vrachtwagen. De paarden hoor je niet zo veel. Ook Mongoolse paarden hebben klasse.


Bij het ochtendgloren wordt aangeboden om de fietsen boven op een jeep te knopen om naar de stad te rijden. De jeep blijkt een kaastransport en de bestuurder wil nog wat bijverdienen. Het is als vanouds een Mongoolse wildemansrit. Om de haverklap wordt gestopt om een praatje te maken. Halverwege de rit wordt de radiateur bijgevuld met water uit de rivier. Aangekomen in Tsetserleg wordt het nationale festival Naadam gemist. In hotel Fairfield blijkt dat de feestcommissie van de stad geschoven heeft met de data. Worstelen, paardrijden en boogschieten worden van de agenda gehaald. Hotel Fairfield blijkt een ware een oase. Een aanrader voor iedereen die afreist naar Tsetserleg.

Tijdens het avondeten is het een aangename verrassing als Stefan binnen komt lopen. ‘I saw the two Vlerick bikes outside!’, zegt Stefan. Duizenden kilometers geleden was de gezamenlijke tocht door Kazachstan. Stefan, onderweg naar Vladivostok, is Mongolië binnen gekomen via Rusland. De wegen zijn weer samen gekomen en dat stemt blijdschap onder de reizigers. De wereld is niet zo groot.
In het hotel is ook de ontmoeting met de 33 jarige Susan uit Duitsland die vanuit Mongolië naar China afreist. Tijdens het liften door Mongolië is ze benaderd door een dronken Mongool met wilde verlangens. Het is goed afgelopen maar de schrik zit er nog in. Ze heeft genoeg van het openbaar vervoer. Er wordt besloten om gezamenlijk af te reizen naar Ulaan Baatar.  Susan gaat op zoek naar een fiets om de laatste 500 km mee te trappen. De fiets biedt vrijheid.

Op 12 Juli 2012 is het zes jaar geleden sinds vader Koos is overleden. Samen met de Duitsers wordt een een kleine klim gemaakt naar een oud klooster dat op een berg is gebouwd. In het klooster worden drie kaarsjes aangestoken. Spontaan wordt de klim naar de top afgemaakt. Op blote voeten wordt de rotsen opgeklauterd en er wordt snel hoogte gemaakt. Het uitzicht is Tsetserleg in de zon. Het is een mooie dag waarop Pim zijn medicatie tegen zijn angsten mag stoppen.

In de stad wordt gezocht naar een degelijke fiets. Na veel zoekwerk wordt een Chinese fiets gevonden. De lasnaden zijn net snottebellen. Het is duidelijk geen Vlerick en dat schept wat vraagtekens bij de twee wereldfietsers. Maar Susan ziet het avontuur zitten en knoopt haar tent op de stang. Ze is niet langer afhankelijk van auto of bus. De banden worden op druk gebracht en de ketting wordt gesmeerd. De rest van de bagage wordt op de wereldfietsen gesjord. Op naar Ulaan Baatar.

Als er noodweer uitbreekt wordt er geschuild in een ger langs de weg. De man die zijn ger aanbiedt heeft een grote vetbult op zijn wang. De open wond is afgeplakt met tape. ‘Do you have drugs?’, vraagt het meisje die Engels spreekt. De man lijkt ook niet goed te weten hoe hij van die bult af kan komen.  De medical kit wordt er bij gepakt. Er worden antibiotische zalf, desinfecterende doekjes, grote pleisters en gaas uitgehaald. De zalf is speciaal voor de hoofdhuid en open wonden staat er op de bijsluiter die wordt vertaald in het Engels. Maar het advies van een wereldfietser is nog geen doktersadvies. ‘Het is beter als er ook een dokter wordt opgezocht’, wordt dan ook meegedeeld. Want er zit een boel troep in de wang. Er verschijnt een grote regenboog achter de heuvels als de huiskamer wordt uitgestapt.

Er wordt een kleine omweg gemaakt naar het meer Ogii Nuur. Rondom het meer staan tentenkampen voor touristen. Bij het tentenkamp van Mayo wordt een ger geboekt en vis gegeten. Vis uit het meer. ‘Do you want to rent this motorbike?’, vraagt hij. Na een snelcursus motorrijden stappen de broers op de motor. De stalen hengst wordt meegenomen over de grindpaden  langs het meer. Maar het duurt niet lang voor de benzine op is. Mayo wordt er bij gehaald met een Coca cola fles vol benzine. Susan gaat voor een echt paard bij de boer verderop de heuvel.

Na een beklimming wordt uitgekeken op de snelweg die naar Ulaan Baatar leidt. De weg is geasfalteerd en ruim 300 kilometer lang. Op weg naar beneden volgt weer een inhaalslag van terreinwagens met buiten- of binnenlandse toeristen. Het gros rijdt in een Toyota Landcruiser of Lexus 470. ‘Zo leuk is Mongolië eigenlijk niet’. Het land lijkt toeristischer dan ooit. Er wordt nog vaak gedacht aan Kazachstan. Unaniem gekozen tot fietsland nummer 1 van de landen die onderweg bezocht zijn. Aangekomen op de snelweg stoppen weer wat Landcruisers met Chinese toeristen en hun gids. Er wordt een drum paardenmelk uit de auto gehaald. De mannen lopen rond met blote buiken. Zoals al vaker is gezien in Azië. Het is geen porum. Alle aanwezigen nemen een teug melk uit een plastic mok.

Er wordt geklommen en gedaald op het strakke maar saaie wegdek. De kilometers naar de hoofdstuk zijn aangegeven langs de kant van de weg. Het aftellen is begonnen. Bij bordje 133 worden de tenten opgezet. Pal aan de rivier. Tussen de keutels door wordt wederom een lekkere duik gemaakt.

‘s Nachts rond 0300 uur wordt Joep wakker met een volle blaas. ‘Pim, Pim!’, roept Joep. ‘Waar is je fiets?!’ Pim weet het ook niet. Op het gras pal naast de tent rest slechts nog een benzinefles. Van de rode Vlerick ontbreekt elk spoor. Er zijn dieven te werk gegaan vlak voor de finish. Bij daglicht worden de uren slaap geteld. Het zijn er niet veel.  De buurman in de ger verderop neemt Pim mee achterop de motor om aangifte te doen. Maar het bureau is dicht in het weekend. Tijdens het ontbijt wordt een plan B besproken. Liften lijkt nog de enige optie. Er is weemoed aan de rivier. Maar de tam-tam reikt ver. Een Mongool op de motor brengt nieuws en Joep springt achterop. Na een wilde rit wordt de overkant van de rivier bereikt. Daar aan de oever ligt de fiets als een verdronken paard in het water. Op de fiets worden sporen aangetroffen van amateuristische pogingen om het ringslot open te breken. Maar het geharde staal heeft gewonnen. Pim en Susan kijken raar op als ze Joep zien staan aan de overkant van de rivier met in zijn handen de rode wereldfiets. Met de motor van de buurman wordt de fiets naar een dealer in dierenhuiden gebracht. Het ringslot is dusdanig toegetakeld dat er zelfs met een sleutel geen mogelijkheid is om de fiets van het slot te halen. Maar in het weekend is er geen prik op de stopcontacten. Dus de slijptol blijft in de la liggen. Het is de beugelzaag die de weg weer opent naar Ulaan Baatar. De schade aan de fiets en het ontbreken van de acculader zijn buitengewoon vervelend. Maar het mag een wonder genoemd worden dat de fiets weer bij de rechtmatige eigenaar is.

De weg kan vervolgd worden. Zo krijgt de reis weer een bijzondere wending. De buurman komt nog even langs om op de foto gezet te worden met zijn zoon die in zijn flip-fluitketel loopt. Op naar het einddoel waar zo lang naar uitgekeken is. Het strijdbare gevoel neemt weer de overhand. De wind waait vanuit het westen. Wederom een duwtje in de rug. Recht zo die gaat op de laatste 133 kilometer.

 

Na twee dagen fietsen ligt de eindbestemming in het zicht; Ulaan Baatar.  Er volgt geen ontlading voor het binnenrijden van de stad. Er is voldoening. 10.488 Kilometers zijn afgelegd. 8.805 Km op de fiets, 1.100 km met de trein en 583 km met ander vervoer. Dit was de tocht. Een tocht die is voldaan.

Bedankt voor het meereizen,

Pim en Joep

 

 

Woensdag 25 juli wordt de Asian Foundation bezocht!

Nieuwsflits – Brouwse dag

‘Het was geweldig, een daverend succes. Alle gehaktballen van Oma zijn verkocht, alle appeltaarten en zeekraaltaarten van jullie moeder zijn verkocht, de loterij met 150 loten en 50 prijzen was ook een succes, alles verkocht en verloot. Meer dan 200 kopjes koffie en thee verkocht.

Totale opbrengst zojuist overgemaakt aan de Asian Foundation € 784,35.’

Nieuwsflits – OBS ‘t Waliën

Groep 4 van OBS ‘t Waliën sluit leerzaam project af!

‘Het waren spannende weken in de klas. Elke maandag en vrijdag werd de dag geopend met Joep en Pim.
Af en toe konden de kinderen niet wachten als ze iets spannends gezien hadden op de site.

De kaart werd er telkens bij gepakt om de route te volgen en de afstand te berekenen.
De wereldklok om het verschil in tijd te bekijken.
Om de fotos lachten ze zich steeds kapot.
Ouders blijven ook erg enthousiast.
En de schoolkrant van deze maand bestaat uit 4 kantjes Joep en Pim.
Kortom een leerzaam project.

Morgen krijgen de kinderen hun beloofde feestje in de klas.
Omdat hun mannen! het gehaald hebben.
Succes nog op weg naar Ulaanbatar.
En bedankt voor dit leerzame uit de hand gelopen avontuur!’

Mongolië (2)

Onderweg naar de grens van Mongolië komt er een man aangereden op een motor. ‘Stoppen jullie, ik heb de politie gebeld!’ Zoiets wordt medegedeeld. Als er gemerkt wordt dat er geen vriendelijkheid in schuilt wordt besloten om door te fietsen. Maar wel met een verhoogde hartslag. Judas komt weer langszij met zijn telefoon aan zijn oor en roept nog een keer; ‘Police! Stop!’ ‘We gaan door naar Mongolië Judas!’, roepen we terug. Met de buik vol van rare politie praktijken wordt het tempo licht verhoogd. Want in de verte komt een terreinwagen aangereden met Judas er achter. Er wordt geprobeerd om klein dorpje in de verte te halen voor de aanhouding plaats kan vinden. Maar voor die tijd wordt het stopteken al gegeven. Er stappen meerdere officieren uit. ‘Document!’ De paspoorten worden afgegeven. ‘We are going to the border of Mongolia’, is ons antwoord op de vraag wat we aan het doen zijn. ‘No’, zegt de officier met de meeste strepen. Er wordt gebeld naar een onbekend informatie centrum. Als de officier uit de auto stapt verraden zijn ogen zijn verborgen vriendelijkheid. De weg mag toch vervolgd worden. Judas druipt af zonder een woord te zeggen.

De grensovergang is ook geen feest als het aan de beambtes ligt. ‘China uit’ is zoals het China betaamt; een grote poppenkast. ‘Bye bye China’, zegt Pim met enig sarcasme na de zoveelste controle van mannen met petten. ‘Mongolië in’ verdient ook weinig woorden. Het is een plaats waar de reiziger vermoeid raakt vanwege het zinloze wachten op stempels enzovoorts. De macht van de stempel is aanwezig.

De glimlach is pas vrij van kiespijn als het laatste hek is gepasseerd. De roofvogels scheren weer waakzaam over de wereldfietsers heen als de paspoorten in de tassen worden gestoken. Een wind uit het westen geeft een duwtje in de rug. Er wordt al enkele dagen wind mee gegeven op reis naar Mongolië. Het land waar lang naar uitgekeken ligt ineens onder de voeten. Steeds is er die onzichtbare kracht geweest die druk heeft gegeven op de trappers. Alsmaar door naar het land van bestemming. Het is voorbij gevlogen. De twee broers die ook vrienden zijn omarmen elkaar vlak na de grensovergang. Mongolië is een feit.

Mongolië geeft een omarming van stilte en in stilte wordt er dan ook doorgefietst. China is uitgeschoten met het asfalt. Het enige geluid is de weerstand van het rubber op het wegdek en het werken van de kettingen. Het landschap is moeilijk te beschrijven. Zo wijd en grof tegelijk. Welke krachten zijn hier tekeer gegaan met de aarde? Dit is nog niet eerder gezien.

Bij het eerste dorp staat de deur open voor wereldfietsers om te schuilen tegen razende regenbuien. Er worden geen triviale vragen gesteld en geen foto’s gemaakt. Twee schepjes oploskoffie voor Joep en eentje voor Pim. Want Pim zijn stoelgang had moeite met China. De politiestaat komt er langzamerhand weer uit en Pim poept dan ook in vrede op de Mongoolse steppe. De man des huizes start een potje ‘solitaire’ op zijn personal computer en zijn vrouw pakt wat broodjes voor bij de koffie. Als de koffie op is valt de laatste druppel op de Mongoolse aarde. In het halletje liggen stukken vlees op een oude krant. Bij de voordeur staat een verfblik om regenwater op te vangen. Zo normaal als de komst is geweest is ook het vertrek. Man en vrouw staan samen uit te zwaaien bij de voordeur. We worden de goede kant opgestuurd in een land zonder naamborden.

Met blote voeten op het gras worden de tenten opgezet. Het is een gewoonte geworden tijdens de fietsreis. Dagelijks zo’n 15 minuten contact maken met zand, rots of aarde om energie uit te wisselen met moeder aarde. Zo luidt het advies van een boek waarvan de titel is vergeten. In de stad schiet dat er nog wel eens bij in. Het voelt goed en daarom wordt het gedaan.

Het stuk asfalt houdt abrupt op na 70 kilometer. De fietsen worden op de proef gesteld maar de aslagers blijven dapper in het gareel. In het dorp Uyench wordt een dag rust genomen aan de rivier. Stroomopwaarts liggen de stukken klei te drogen die uit de rivierbank zijn gestoken. Het eindproduct is een baksteen die wordt gebruikt voor de huizenbouw in het dorp. Om het half uur is er bezoek van kinderen die snel hoogte krijgen van het internationale bezoek. Op gretige verzoeken haalt Pim zijn fiets van het slot voor de proefritjes. Van een afstand worden de stunts bekeken die de rode randonneur voor zijn kiezen krijgt. Bij de tent wordt het theewater op het vuur gezet voor nog meer bezoek. ‘Danger!’ ‘Extreme!’ Dat is de 1700 kilometer naar Ulaan Baatar volgens Mongool Dorj die ook Engels spreekt.

Alle ‘magazins’ zijn potentiële goudmijntjes voor eten en drinken. Er is mayonaise gevonden en appelmoes uit Dordrecht. Voor bij de gebakken aardappels. Wat een wonder. Na een forse inkoopslag wordt de weg vervolgd.  Na 3 km fietsen geeft het kompas iets anders aan dan de kaart zegt. De weg is zoek en de laatste wegwijzer was in het Chinees. Dorj wordt gebeld en komt aangereden in zijn witte Isuzu. De kaart bijkt gedateerd. ‘Map no good’, zegt hij. Maar de richting die genomen is blijkt wel juist. In Mongolië wordt het navigeren zoals Mongolen dat doen. Op basis van intuïtie en met behulp van andere Mongolen.

Net buiten het dorp ligt weer een klein stukje asfalt. Maar dan wordt er echt kennis gemaakt met de Mongoolse infrastructuur. ‘Dit is eerder mountainbiken’, geeft Pim als commentaar op de de weg naar Togrog. Stof, zand en rots geven twee keer zo veel weerstand als asfalt. Zeer oncomfortabel zijn ook de ‘wasbordjes’ op de weg. De motoren hebben hun frequentie in het wegdek gegroefd. Het zweet glanst op de huid als Mongolië verder ingereden wordt.

Met huizen van zongedroogde klei en supermarkten zonder koelkast lijkt het dorp Altay geïsoleerd van de rest van de wereld. De kaartenmaker heeft wederom verzaakt en er is klaarblijkelijk voor niets gesjouwd met de kilo’s water vanaf Uyench. Het dorp staat namelijk niet op de kaart aangegeven. Over de weg scheert een grote roofvogel met een slang in zijn bek. Gelegen tussen de bonte verzameling bergen is het dorp het begin van de klim over het Mongoolse Altai gebergte.

‘s Avonds is het feest met de ingeslagen proviand. De aardappels worden gekookt en gebakken aan een rivier die gelegen is tussen de bergruggen. De mayonaise wordt op Hollandse wijze op het bord geknepen. ‘Deze komt in de top 3 beste maaltijden’, zegt Pim. ‘Sterker nog, dit wordt de nummer 1 tot nu toe!’ Tevreden wordt de pot appelmoes verdeeld op de borden van roestvast staal.

Het Altai gebergte is adembenemend. Mooi ook. Achter elke bergrug schuilt weer een andere berg. Zolang rivier de tegengestelde richting volgt wordt er geklommen. Op enkele plaatsen wordt de bergpas voorbereid op een grootschalig project. Er zal een verbinding tussen China en Rusland gerealiseerd worden in de toekomst. De ruwe diamant Mongolië wordt langzaam geslepen. Voertuigen op rupsbanden zetten hun kaken in de eeuwenoude bergen. Op de weg naar Togrog bereiden Chinezen pneumatische boringen voor om bergen op te vullen met springstof. Bergen worden verzet in Azië.

De huidige weg is eigenlijk alleen geschikt voor paarden en kamelen. Voor fietsers is het eigenlijk geen doen. Het gehobbel over de Mongoolse kasseien is vermoeiend. Na 50 kilometer wordt de tent dan ook opgezet op een wijd veld. In de rivier wordt een bad genomen zoals in Mongolië gebruikelijk is. Soms drijft er een keutel voorbij. Want ook dieren nemen wel eens een duik. Het is druk bij de tenten als de kinderen van verderop hoogte krijgen van internationaal bezoek aan de vallei. Ook grote mensen komen even buurten met motor of jeep. Neen, de tenten van wereldfietsers zijn niet te koop. In de verte is een tweetal Mongolen van de motor af gevallen. Dat gebaart een van de kinderen die pinda’s eet bij de tenten. Bij het opkijken krabbelen de mannen alweer op en kachelen langzaam verder. Die zullen vast blij zijn met het vooruitzicht van een strook asfalt over de vallei.

Waar ‘s avonds nog vier ‘yurts’ zijn gezien staan er ‘s ochtends ineens nog maar twee. Het nomaden bestaan wordt opgemerkt. Op de weg worden meerdere jeeps en vrachtwagens tegemoet gereden die zijn beladen met het hebben en houwen van een Mongoolse nomade familie. De families zwaaien vanuit de auto’s terwijl ze koersen naar naar een plek waar het gras groen en lang is.

Terwijl de Mongoolse Altai wordt beklommen zit er een kleine manco in de reisvoorbereiding. Want achter elke draak van een beklimming volgt weer een eindbaas. Met hellingen tot wel 20% zakt het tempo drastisch en er is geen idee over wanneer de laatste drakentand volgt. De kaart  geeft al een tijd geen antwoorden meer. ‘Dit zal de laatste wel zijn toch?’ De familie Bataarjaw is aan het chillen aan de voet van een berg. Oma lacht het hardst als de fietsen met waskoord, yogariem en spinnen boven op het dak van de jeep worden vastgesjord. De twee fietsers zitten bij elkaar op schoot. Net als de rest van de familie die achterin zit. Wat volgt is een tiental mensen in een jeep die over een Mongoolse achtbaan scheurt. Er wordt  50 kilometer aan drakentanden gepasseerd. Mongolië is extreem. Voor niets gaat de zon op. Bij de dropping aan het eind van de rit wordt er valuta uit de stuurtas gehaald. Omgerekend wordt er 24 euro overhandigd aan de vrouw van de rally coureur. De Mongoolse Altai is gepasseerd, op naar de Oost.

In een omgeving waar bijna niets is, ontkomt Pim niet aan de persoonlijke beproevingen die aan zijn angsten gerelateerd zijn. Het is inmiddels een maand geleden dat Pim zijn medicatie tegen angstaanvallen heeft gehalveerd. Op een stuk rots wordt een vreemd goedje gezien. Wat zal het zijn? Kan je er ziek van worden? Waarom zijn die dingen niet te verklaren? Joep is kennis aan het maken met een aantal Russen die de route uitzetten voor een extreme competitie met motoren en terreinwagens. Intussen heeft Pim een lastige tijd bij het betreffende stuk rots. Ruiken en kijken wakkert de angst aan. Het zijn weer de kleine momenten die veel energie slurpen. Maar de momenten van paniek worden korter en ze worden niet langer bij de rest van de bagage gestoken. Joep roept Pim uit de verte om koffie te komen drinken bij de Toyota Landcruiser (model 105) club. De rots mag losgelaten worden zodra Pim de pedalen weer weet te vinden.

Bij Togrog weet Pim een kilozak Heinz mayonaise te vinden in een klein goudmijntje. De weg naar Altay wordt gevraagd. Het wordt duidelijk dat er meerdere hulpbronnen nodig zijn om zeker te weten dat de juiste weg wordt ingeslagen. Met name omdat naam- en verkeersborden ontbreken en de kaart onbetrouwbaar is. Maar ook bij het aanhouden van wegverkeer is er nog wel eens wat onduidelijkheid. Dikwijls zit er een persoon op de achterbank die minimaal een krat bier op heeft. Of iets in dezelfde verhouding. Het is ook meestal de persoon die uitstapt en naar de kaart gaat grissen. De wijsvinger van een dronken Mongool vertoont een grote miswijzing en daarop kan geen navigatie gebaseerd worden.

Op de kilometer teller wordt de 8000 kilometer gepasseerd. Bonkend en stuiterend wordt de rem ingeknepen en korte felicitaties volgen. Maar gereden kilometers veranderen weinig. Dan volgt het besef. De weg naar Ulaan Baatar is gewoon zwaar slecht en nog kilometers lang. Daar valt echt weinig plezier uit te halen op de fiets. ‘Laten we gaan liften naar Altai’ Er wordt overeenstemming gevonden en er wordt sap gedronken op de stoffige weg. ‘Quality time in Mongolië’

In een yurt verderop wordt voetbal gekeken en thee gedronken. Het is een herhaling van Italië tegen Duitsland. De televisie draait op zonne-energie. Een negroïde man krijgt een gele kaart. Halverwege de tweede helft wordt de weg vervolgd. Er trekt een lokale regenbui over de weg. Dan komt Huntugaan aangereden met zijn knecht. In een Hyundai met 5 ton laadvermogen. Er wordt onderhandeld over een ritje naar Altay, zo’n 300 kilometer verderop. Huntugaan zet hoog in. Een passend tegenbod wordt afgewimpeld. Een glimp van de Mongoolse flappen is niet genoeg om Huntugaan te overtuigen. De Hyundai rijdt door maar na 100 meter stopt Huntugaan alsnog en zijn knecht stapt uit om de fietsen en bagage op vangen. De deal is rond. Boven op de onbekende lading worden de fietsen en tassen vastgesjord. Huntugaan lacht om de baarden en vult de 3 persoonscabine met zang en Mongools geschreeuw.

‘s Avonds wordt de truck voor een eetcafe gezet in het plaatsje Bulgan. De truckershap is echt niet te Khanen. ‘Morgen eten we weer gebakken aardappels met mayo’, zegt Joep tegen Pim die net een beetje sambal op zijn smakeloze hap smeert. De Mongoolse keuken is vooralsnog geen succes. Maar Huntugaan en zijn knecht doen net alsof ze gebakken aardappels met mayonaise hebben gegeten. Bij het verlaten van het cafe treedt acute winderigheid op. Gelukkig niet bij de trucker en zijn knecht die voldaan in de cabine stappen. Een stuk chocolade en een flesje sap bij de buurtsuper vullen de gaatjes op. De weg naar Altay kan weer vervolgd worden.

Huntugaan trapt het gas flink in en haalt een gemiddelde van 50 kilometer per uur. Er leiden meerdere wegen naar de Oost. Soms liggen er meer dan 7 wegen naast elkaar. Als een weg te veel geërodeerd raakt slaan de Mongolen gewoon een nieuwe weg in met hun terreinwagen. Tijdens het rijden kan er constant gekozen worden tussen de meerdere wegen die allemaal dezelfde richting opgaan. In de zijspiegels kleurt de zon al avondgoud. Als de lampen aanfloepen wordt er vast begonnen met het trakteren op lolly’s en kauwgom. Want Huntugaan begint langzaam moe te worden. Knikkebollend wordt de truck stop gezet bij een slaapzaaltje ergens in een klein dorpje temidden van niets. Voor wereldfietsers is er ook plek in de zaal. Maar comfortabel is het niet. Vooral als de knecht zijn zaagmachine aanzet. Alle spullen liggen nog op de truck. Er wordt in vertrouwen gehandeld in het dorpje waarvan de naam onbekend is. Pim zet de zaagmachine uit met een kleine manoeuvre en daarmee kunnen nog een paar uurtjes slaap behaald worden.

Huntugaan heeft klaarblijkelijk in de wasdroger geslapen maar is weer fit genoeg om de weg te vervolgen naar Altay. In Altay klimt de knecht boven op de truck. De spullen worden gelost. Ulaan Baatar ligt nog maar op 1000 kilometer. In het hotel is er nieuws van Corry van de Asian Foundation. De trein naar huis is vast geboekt voor alle plaatsen vol zijn. Op 31 juli gaat onze trein naar Moskou.

China

 

Bij de grens van China worden we welkom geheten. Op de balie van de beambte staat een feedback automaat voor de service. Er wordt op een groene smiley gedrukt en de mevrouw geeft een smiley terug. Langs de mintgroen gelakte vangrails wordt de weg naar Qingshuihezi gevolgd. Er is een dag rust ingepland. In de stad wordt een opvallende verschijning gemaakt. Bij het vragen naar een hotel worden we voorgeleid door een busje met een Chinese familie. Ze lachen en zwaaien allemaal. Voor het hotel stapt de familie uit het busje. Voor Chinezen is er altijd gelegenheid om een foto te maken. Het onthaal is popster waardig.

 

Bij de grens worden mes en vork achtergelaten. Maar ook de opgedane kennis over eten en drinken en communicatie vaardigheden raken kwijt. Brood, boter, kaas en drinkyoghurt zijn schaars inChina. Daar wordt even van gebaald. Het is weer beginnen bij het begin. De taal is best grappig maar er kan weinig van gemaakt worden. Op de gang van het hotel doen we een gooi Chinees. ‘Hu, hoi, huu!’. De Chinezen doen mee want dat is de taal. De karakters van het geschreven woord kunnen net zo goed buitenaards zijn. Bij het kraampje voor het ontbijt wijzen de vingers naar het onbekende. Pikante bloemkool, broodjes met vlees en kool, warme melk, aardappel anders en spinazie omelet. Het zou ook iets anders geweest kunnen zijn. Het smaakt gelukkig en het lichaam lijkt er goed op te draaien.

 

Het hotel is gelegen naast een bouwput. De horren filteren niet de de geur van kolen en bakolie. Er wordt gestookt en gegeten. China is op dreef. Als mieren gaan Chinezen tekeer met bouwstenen, ijzer en beton. De deadline was gisteren. Geen mier wordt betrapt op het roken van een peukje tussendoor. Bij een boekwinkel wordt een wegenkaart van Noord-West China kado gegeven. De verkoper is enthousiast bij het horen van de fietstocht. De nieuwe wegenkaart is handig want de naamborden langs de weg vertonen alleen Chinese en Arabische tekens. Een Europese kaart van China deugt daar niet voor.

 

Tijdens de dag rust zijn de slaapzakken gewassen. Die roken inmiddels al naar het leven in de buitenlucht. Naar dierentuin eigenlijk. Er kan weer fris gebivakkeerd worden. In de ochtend voor vertrek worden de inkopen voor de reis richting Kuytun gemaakt. Bij stilstaan volgt langzaam omsingeling door een groep Chinezen. Nieuwsgierig maar beleefd worden de vragen gesteld. De taalbarrière is groter dan ooit. De vingers op de wereldkaart geven uitleg over de onderneming. Dan stapt er ineens een vrouw naar voren die Engels spreekt. De omsingeling wordt groter tijdens de vertolking. Naast de meute wordt gegokt op straat. Grote houten sjoelschijven worden ijverig heen en weer verplaatst. Een brutale aap knijpt even in de linkerkuit van Joep. ‘Jij mag ook wel eens gaan fietsen Wang’, zegt hij als hij zijn maat in zijn kuit knijpt. Bij het afscheid wordt uiteraard alles vastgelegd met camera of mobiel. Wie weet waar al die foto’s terecht komen. Op planeet China is alles een beetje anders.

Op een mooie avond gaat er een major alarm. Dit keer in het lichaam van Joep. Naar de oorzaak is het gissen maar het is goed mis. Onder de sterrenhemel wordt maag- en darminhoud om het uur automatisch leeggepompt over de katoenplantage. Pim hoort de rits open en dicht gaan van de tent. Er is geen houden meer aan, het lichaam wordt grondig geledigd. Zelfs de Imodium pillen komen per ommegaande retour. Bij het aanbreken van de dag blijkt dat er een hotel binnen het bereik ligt. Halverwege de 5 km gaat de fiets gaat nog een keer op het standaard om het laatste restje maaginhoud te ledigen. Dan volgt een dagdeel herstel in het hotel. Op de computer van de receptionist kunnen we even op de tweemongolen.nl kijken. Er wordt weer genoten van de reacties. De hotelkamer zit vol met schroeiplekken van sigaretten. Vloer en gordijnen zijn niets meer waard. Chinezen roken als ketters. Dan gaat ook Pim ook aan de poeperij. Het zijn slechte dagen voor de wereldfietser.

 

Het herstel wordt gecombineerd met het fietsen. Want van liggen op bed wordt men vaak ook niet beter. Soepel loopt het niet. Knoflookboeren van het ontbijt zijn funest voor de fietsprestaties. Op het viaduct richting de Oost staan twee stervende zwanen in de zon. Toch worden de kilometers uit de dag geknepen. De woestenij wordt gestaag voorbij gefietst. Maar helaas zonder overtuiging of plezier.

Als de tassen over het viaduct worden gezet komt ons een man tegemoet. Het is Hu Zhi Jiang die de wacht houdt bij twee grote afsluiters die een kleine rivier in tweeën deelt. De rivier wordt stroomopwaarts gebruikt om energie op te wekken met een kleine centrale. Hu Zhi Jiang vindt het prima als we kamperen naast het water. Zwemmen is ook goed maar niet aan de kant van de stroomversnelling. Dat beloven we als we in het koude water duiken. De haringen worden met gemak in het zand gedrukt. Bij de tent worden aardappelen, penen en bloemkool gekookt. Zonder toevoegingen. Het toetje is een salade van verse appel en perzik. Er wordt gewoon weer opnieuw begonnen op planeet China.

 

Hu Zhi Jiang wordt uitgenodigd voor de thee. Na de routebespreking wordt een calculatie gemaakt van de consumentenprijs van de wereldfietsen. Op verzoek van de nieuwsgierige Hu Zhi Jiang. Er worden geen doekjes om gewonden, Hu Zhi Jiang mag alles van ons weten. ‘Yuan?!’, zegt hij als de prijs wordt opgeschreven. ‘Ja, Yuan’ Hu Zhi Jiang vraagt door naar het maandsalaris in Nederlandmaar geeft niet thuis als zijn salaris vervolgens wordt gevraagd. Zijn ogen staan nog op calculeren. Na de stilte kan er weer gelachen worden. Terug naar de koetjes en kalfjes. Geld is ook maar geld. Zonder blikken of blozen laat Hu Zhi Jiang een wind en zegt lachend gedag. Zijn kop thee staat nog onaangeroerd op het mulle zand.

 

De maag is weer stabiel onderweg naar Karamay. Onderweg worden steeds meer olie velden gezien. Rijen vol ja-knikkers zijn neergezet om de ruwe olie naar boven te pompen. De provincie zit schijnbaar vol met olie. Het aardgas wat mee naar boven wordt komt wordt ontlucht en vliegt de atmosfeer in. Zo in de neus van de fietser. Bij het pompstation van Tachakou wordt de lancering van een Chinese ruimtereis live gevolgd. ‘Minister!’, zegt de man in de rode coverall. De camera wordt ingezoomd op een minister die alles volgt vanuit het controlecentrum in Bejing. Na de laatste afkoppeling van de brandstoftanks volgt de nationale opluchting. Ook bij de minister. De Chinese astronauten zijn veilig in de ruimte met een onbekende missie. Met stille trots kijken de medewerkers van de benzinepomp naar de buis. 

 

Op de reis door Noord-West China worden steeds meer kraampjes gezien. Het aanbod is geen koffie met puddingbroodjes maar stenen. Of Gobi Yu zoals ze heten. In de kleuren geel en rood worden de meeste stenen aangeboden. De Chinezen zijn er van in de ban. Tijdens het schuilen tegen de regen wordt een workshop getroffen waar de stenen worden omgetoverd in armbanden en andere accessoires. De stenen worden met de hand geslepen en bewerkt tot ze gekocht kunnen worden door bussen met Chinese toeristen. Na de regen zien we op tegen de beklimming die de weg naar Mongolië ligt. Met goedkeuren van de chauffeur haken we halverwege de beklimming aan met de linkerarm bij een blauwe vrachtwagen die langzaam maar zeker naar de top rijdt. De vermoeidheid lijkt toe te slaan in China.

Joep is jarig en Pim zorgt voor versiering. 28 Ballonnen worden geteld. Er wordt eenGobiYu steen in de tas gestoken ter herinnering. Ze liggen voor het oprapen bij de kampeerplaats en de mooiste wordt uitgekozen.  

‘s Avonds wordt een hotel opgezocht vlak bij het Wulungu Hu meer. De kamers ruiken naar vis en natte hondenvacht. Maar het wordt voor lief genomen. Na een half uurtje liggen voor aan het eten wordt begonnen komt de politie de kamer binnen. We worden uit het hotel gezet zonder verklaarbare reden. Er wordt dringend verzocht om 15 kilometer verderop te slapen, in de stad Fuhai. De eigenaar van het hotel geeft het geld terug en we vertrekken met een stilzwijgen. Er is iets aan de hand met het beleid omtrent toeristen. Voor het gevoel rijdt er een onzichtbare volgauto mee op de reis door China. In Fuhai is het wederom lastig om een hotel te vinden. Na drie afwijzingen van hotels wordt uiteindelijk een lot uit de loterij getroffen. Voor een prikkie worden twee uitstekende kamers geboekt in een hotel dat wel wereldfietsers ontvangt. Bij de ‘Westerse’ koffietent wordt op verjaardagstaart getrakteerd door Yu Hang en Shao Jiaomeng. We zijn de eerste toeristen in de zaak. Het is een mooie verjaardag.

 

‘Daar achter die bergen ligt Mongolië!’ In Qing He worden wereldfietsers in een hotel gestopt door de politie. Na een zoektocht naar een werkende geldautomaat wordt de politie ingeschakeld door een bankbediende. Het is de omgekeerde wereld maar zeker niet verkeerd. Er is ruim 8.700 kilometer afgelegd om in Qing He te geraken. Hiervan 7.544 km op de fiets, ongeveer 1.100 km met de trein en 100 km in de bus van Iwan de electrician. Maandag 25 juni gaat de grens open naar het land van bestemming; Mongolie.

 

We zijn er echt vlak bij nu. Dat is best wel spannend.

 

Bedankt voor alle reacties onderweg!

Kazachstan (3)

Op weg naar Almaty, het vierde waypoint. De afstand in tijd is zo’n 10 dagen met de fiets. Er zit pap in de benen als de eerste kilometers worden gemaakt. Misschien is het bergklimaat is even wennen. Of we zijn te veel verwend in de trein. De banden worden gekust door het warme asfalt. Ze kunnen elkaar moeilijk loslaten. Het fietsen gaat maar moeizaam dus er wordt maar wat aangeploegd. De navigatie verloopt met de kaart van Centraal Azie. Het kompas heeft weinig nut op dit traject want we kunnen in rechte lijn langs de machtige bergketen fietsen. Tot aan China blijven de besneeuwde toppen aan de rechterhand. Het zijn dezelfde bergen die ooit een barrière vormden voor de landlustige Dzjenghis Khan.

‘At kuda?’, vraagt de man bij de provinciegrens. ‘Gollandia!’, luidt ons antwoord. ‘Ad kuda jedete?’ ‘Mongolia!’ Dit is de meest voorkomende conversatie onderweg. Vaak gevolgd door vragen over de afstand en de afstand in tijd. Mensen zijn veel bezig met de tijd. Of wanneer de baarden er af gaan. Een enkele keer volgt nog een voetbalheld zoals Ruud Gullit of Marco van Basten. Ook Dick Advocaat is een voetbalheld. De banden knarsen op het grint als de provinciegrens wordt gepasseerd. Enkele meters voorbij die grens ligt ‘s werelds mooiste fietspad. Een aangename verrassing. Het blijkt de zijderoute in een nieuw jasje, een verbinding tussen de Oost en Europa. De bouw is reeds flink gevorderd en wij hebben een kleine primeur. We geven er weer een snok aan. Kilometers strak beton op de weg naar China. De banden plakken niet langer en de vaart over de wereldbol is weer terug. Er wordt aan de weg getimmerd en wij timmeren mee.

De omgeving is groener dan ooit. Bomenrijk ook vooral. Dit is een Kazachstan boven verwachting. Hoewel er eigenlijk nooit een verwachting was. Want wat weet een gemiddelde Europeaan over Kazachstan? Onze kennis was vrij gering over dit onderwerp. Op school is het weinig ter sprake gekomen. Over de vriendelijkheid van de mensen en de veelzijdigheid wordt ook weinig geschreven in de kranten. De bergen voorzien de omgeving van helder water. Boven de bergen hangen de cumulus wolken. Of schapenwolken zoals ze ook wel heten. We zien de waterdamp overdag condenseren rondom de bergen. De wolken zijn wisselend wit en donkergrijs. Een waar schilderslandschap. Er wordt slim omgegaan met het water dat in riviertjes naar beneden stroomt. Irrigatiekanalen zijn hier en daar aangelegd om de grond vruchtbaar te houden. Regelmatig worden bronnen aangetroffen waar een constante stroom helder water uit komt. Op een mooie ochtend nemen we de gelegenheid om te douchen op zo’n plek. Tijdens het wassen zien we de chauffeurs hun vrachtwagen langs de kant zetten. Met lege flessen in de hand treffen de chauffeurs twee naakte Hollanders aan. Twee fietsers die elkaar nat gooien langs de nieuwe snelweg. Het zal een vreemd gezicht zijn maar geen mens vindt het raar in Kazachstan. Wat een fijn land. Wassen hoort bij het leven. Dat vinden de chauffeurs schijnbaar ook. Tijdens het aankleden worden handen geschud en beantwoorden we weer de vragen over onze nationaliteit, bestemming en de afstand in tijd.

‘s Avonds bij de tent loopt een man met zijn spade te scharrelen. Het is Max die even verderop woont. Hij neemt ons mee naar zijn achtertuin waar de Hollandse aardappelen worden bewaterd. Kleine geulen langs de jonge planten worden beurtelings geopend en gesloten. Naar zeggen wordt dit 10 nachten uitgevoerd om de planten goed te laten groeien. Met daglicht kan dit schijnbaar niet. We zien Max stuntelen met een minuscule lamp die uit zijn aansteker komt. Een lucifer zou nog meer licht geven. Een werkomgeving heeft licht nodig. Pim geeft daarop de knijpkat van Frank kado. Die was mee op reis als reservelamp. Max neemt het kado dankbaar in ontvangst. Enthousiast gaat hij zijn vrouw halen. In ruil krijgen we een pot augurken en een handvol snoepgoed. Augurken uit eigen tuin.

De nieuwe zijderoute is niet overal voltooid maar de weg naar Almaty verloopt gestaag. Bij het kafe langs de weg bestellen we een fles cola en een pot thee. Chiassa heeft bardienst. In de keuken wordt een wolk parfum opgedaan voordat ze gezellig aanschuift. We nemen de dag door terwijl we de mokken vullen met thee. Chiassa wijst haar geboorteland aan op de wereldkaart. Ze komt oorspronkelijk uit Tsjetjenië. Het is onduidelijk waarom ze in Kazachtstan is maar het heeft iets met ‘Poetin’ te maken. Pim schrijft op verzoek onze namen op een papiertje. ‘Rim?’, vraagt ze terwijl ze naar Pim wijst. ‘Pim!’, zegt Pim. Het Cyrillisch alfabet heeft de ‘R’ als de ‘P’. Joer kan er hartelijk om lachen.

Er schiet een collega fietser over de weg met de volle wind in zijn rug. Het is een jongeman uit Japan op weg naar Portugal. Met 28” banden van een duim breed is het net een kamikaze piloot. De uitrusting wordt even kort vergeleken. Dat is iets wat wereldfietsers doen. Zijn duim gaat omhoog als we het even over de wind hebben. Onze duimen worden niet gebruikt. We hebben het er niet meer over. Terwijl we elkaar een goede reis wensen zet hij de zeilen weer bij.
Vlakbij Uspenovka worden de tenten op kort gras gezet. Het gras is gemillimeterd door de schapen. De keutels rond de blote voeten zijn stille getuigen. In de verte stijgen de vliegtuigen op vanaf Bishkek airport in Kyrgystan. De bergen zijn nog altijd de scheidingslijn. Dreigende wolkenformaties bewegen zich naar het tentenkamp als het water op het vuur wordt gezet. Als de wind flink opsteekt wordt haast gemaakt met de chocolade en de thee. In de tent wordt gewacht op de stortbui. Langzaam trommelen de druppels op het strakke tentzeil. Een flinke regenbui was een stil verzoek om het stof van de tenten te spoelen. Maar het blijft bij een licht getrommel. De grote wasbeurt is een fiasco.


Op naar de pas van Korday waar weer geklommen mag worden. Vlak voor Korday schuren we met de rechterfietstassen tegen de denkbeeldige grenslijn die tussen Kazachstan en Kyrgystan loopt. Vlak voor de grote helling eten we chili con carne in de schaduw van een bomenrij. Enkele meters verder stopt een busje met een open laadbak. De bus gaat hevig heen en weer en de bestuurder maakt haast bij het uitstappen. Dan zien we de lading te keer gaan. Het is een grote boze stier met heimwee. Even lijkt het er op dat het dier de wagen om zal gooien. Maar het lukt net niet. De eigenaar van de bus weet ook niet zo goed wat hij moet doen. We wachten de afloop niet af en fietsen door naar de grote klim. De bekende parels verschijnen weer op het voorhoofd als de klim wordt ingezet maar de hanenkam van Kazachstan wordt moeiteloos overwonnen. De afdaling die volgt komt in de top 3 van beste afdalingen. Met een lengte van 7 kilometer is het de kers op de taart na een dag op de pedalen.
Dicht bij Qenen wordt een wederom een mooie slaapplaats gevonden. De tenten staan dit keer bij een klein bergmeertje. De herder Nurbolat op zijn paard Zumiran stopt even uit nieuwsgierigheid. Dikwijls komen herders even langs voor een praatje pot. De geschiedenis van de donderwolken herhaalt zich weer. Een donkergrijs gordijn beweegt zich naar het kamp. Nurbolat en zijn schapen zijn niet meer te bekennen als de eerste drukgolven het stof doen opwaaien. In de verte schieten de bliksemflitsen de aarde in. We leggen de stalen fietsen verderop en de haringen worden nagelopen voor de tent ingedoken wordt. Enkele minuten later valt de hemel op de aarde. Terwijl de tenten een grote wasbeurt krijgen worden binnen de boterhammen met chocoladepasta gegeten. ‘Gaat goed zo hè?!, roept Pim. ‘Gaat goed zo!, roept Joep terug.

Met een slalom wordt Almaty binnen gefietst. De stad is bezaaid met dikke Toyota Landcruisers en andere terreinwagens. De auto heeft hier duidelijk gewonnen van de fiets. We nemen we een pakket uit Nederland in ontvangst. Het pakket bevat onder andere reserve onderdelen, instant maaltijden en Harry Potter deel 2 en 3. De vreugde is groot. In de stad ontmoeten we Agi en Alona. Agi geeft een spoedcursus over de geschiedenis van Kazachstan. We horen de verhalen over oorlogen, de grote migratiestromen en de relatie met Rusland. Kazachstan is een smeltkroes en dat zie je terug op straat. Geen gezicht is hetzelfde. Op uitnodiging slaapt Joep een nacht in de bergen. Met de taxi wordt een behoorlijke klim gemaakt naar een kleine berghut. Vanuit de bergen zie je de dikke laag smog over de stad liggen. Vanaf locatie lijkt er een oceaan te liggen die grenst met de bergen. De stad Almaty verstikt onder water. Weinig mensen hebben de oceaan gezien in Kazachstan. De vergelijking kan dus niet gedeeld worden.

Mooi op schema wordt de fietstocht vervolgd. De grens naar China is ongeveer 320 kilometer fietsen en dat zou geen probleem moeten zijn in 6 dagen tijd. Een beetje speling in het schema is geen overbodige luxe. Bij Bayseit kunnen we de tent opzetten onder de fruitbomen van Patrick. Patrick komt uit Amerika en geeft training op het gebied van landbouw en fruitteelt. Dat doet hij al 12 jaar. Zo te zien met veel plezier. Enthousiast vertelt hij over de omgeving en zijn plan om fietsen te importeren naar Kazachstan. De omgeving is ideaal voor mountainbikers en buitensporters. Er valt veel te ontdekken in Kazachstan en dat biedt potentie. ‘You’ll be back’, zegt hij er bij.
Uitgeslapen fietsen we door naar de vlakte van de Sogetinskaya. Dit keer kunnen we zelf de zeilen bijzetten. De omgeving is net een verborgen vallei en de bergen sluiten ons af van de rest van de wereld. We suizen over het asfalt met ongekende snelheid. De wind is een kado. Over de weg suizen de Audi 100′s met ons mee. Soms ruik je een vleugje aroma van sigarettenrook en parfum. Het zijn immers personenauto’s. De vrachtwagens met zware olie ruiken vele malen beter.
Op de weg naar Shonzhy rent Gerrit op ons af. Met een hoop gefoeter worden we een zandpad ingejaagd. Maar al gauw blijkt dat Gerrit goede bedoelingen heeft. Hij loopt met ons mee tot aan de kampeerplek. Het is onduidelijk waar zijn baasje is. We breiden het kamp uit en Gerrit kampeert gezellig een avondje mee. Aan zijn houding te zien is de viervoeter flink verwaarloosd. Schichtig maar gretig eet Gerrit een hapje mee. Brood, nasi saté, cornflakes en vanillepudding worden in rap tempo naar binnen geschrokt. Gerrit is onverzadigbaar maar de staart staat gelukkig weer op vrolijk. ‘s Avonds regent het pijpenstelen maar voor Gerrit is dat geen reden om elders te slapen. Pim biedt nog zijn ruime voortent aan maar voor Gerrit is dat te benauwd. De volgende dag reizen we samen af naar Shonzhy dat 10 kilometer verderop ligt. Al gauw wordt duidelijk dat er geen mogelijkheid is om samen verder te reizen. Het tempo ligt te hoog voor Gerrit. Onderweg wordt nog even een pitstop gemaakt. Zonder te kauwen eet Gerrit een half brood en een kippenbot. Met de tong ver uit de bek wordt Shonzhy behaald. Als we boodschappen gaan doen duikt Gerrit het stadsleven in. Het is een stil afscheid na een bijzondere ontmoeting. Gerrit wordt het allerbeste gewenst.

 

Vlak na Köktal wordt de tent voor de laatste keer tijdens deze reis op Kazachstaanse bodem gezet. Er worden nog even wat boodschappen ingeslagen. Yoghurt van Campina en wat verse groenten voor avondeten. De grens met China is nabij. Naast de tenten kunnen we de gedachten opfrissen in een beekje. Alles begint zo normaal te worden. Het frisse water dat van de bergen af stroomt, de herder die je wekt met zijn dieren, het ia’en van de ezels, de grote roofvogels die over de weg scheren en de besneeuwde bergtoppen in de verte. We zitten diep in de reis.

Eindeloos maar niet grenzeloos. Dat is Kazachstan. Op weg naar de grens ontmoeten we Laure et Pierre uit Frankrijk. Ze rijden op Nederlandse ligfietsen over de wereld. Volgens hun was de grensovergang ‘A pain in the ass’. Als we Qorhas naderen treffen we de eerste grenspost. De man in het legeruniform fronst bij het zien van het registratieformulier. Het betreft die politiestempel die ontbreekt. Na een telefoontje naar het hoofdkwartier worden we alsnog doorgelaten. Na een tweede paspoort controle ontmoeten we Erin. Het is onduidelijk wat zijn functie is maar hij wenst ons een ‘Happy journey!’ als we verder rijden.
De problemen beginnen bij de laatste controle. Het betreft weer die politiestempel. De weg naar China ligt op enkele meters afstand maar de man met de pet houdt voet bij stuk. De administratie moet kloppen zegt hij. ‘Do you understand?’ We worden terug gestuurd naar Zharkent, 30 kilometer terug. Daar is een politiebureau. Zonder die stempel kan het land niet worden verlaten. Op de weg terug zien we Erin weer staan. We leggen hem uit wat het probleem is. Erin vertelt over de normale prijs voor een taxi mochten we die willen nemen. Als we door fietsen naar het grensdorp Qorhas horen we hem nog ‘Happy journey!’ roepen.
Er wordt besloten om een taxi naar Zharkent te zoeken. Misschien is het dan nog mogelijk om alles binnen een dag te regelen. De taxichauffeurs ter plaatse zijn aan het sparen voor een nieuwe badkamer. Er wordt bedankt voor de astronomische bedragen. Dan gaan we nog liever fietsen. Er rest ons immers nog twee dagen voor het visum verloopt. Maar dan ontmoeten we Apuenta in zijn Audi 100 die het zakelijke hoofd koel houdt. Voor een redelijke prijs rijdt hij ons heen en weer. De fietsen laten we achter in het dorp. We beloven hem een bonus als het hem lukt om te boel te regelen voor de zon onder gaat. Apuenta geeft spontaan een dot gas en we vliegen laag over de weg naar Zharkent. Bij het politiebureau staan we voor kunststof kozijnen met een klein raampje. De man achter het glas heeft de dag van zijn leven. Met de stempel in zijn lade verwijst hij ons door naar Almaty, meer dan 300 kilometer terug. Het machtsspel is begonnen. Een spel dat we niet kunnen winnen.
Joep herinnert zich ineens de zwempartij in de rivier Chu, ruim een week terug. Daar had een man met de naam Meiram zijn telefoonnummer gegeven en gezegd dat er bij problemen gebeld mag worden. ‘Please give me the officer on the phone’, zegt Meiram als we hem aan de lijn krijgen. De officier speelt met de paspoorten terwijl het gesprek wordt gevoerd. Wat er ook gezegd is, Meiram krijgt het voor elkaar om de deur naar China te openen. Maar er moet wel betaald worden. We zijn nog steeds in overtreding volgens de wet van Kazachstan. Via de officiële manier wordt op het postkantoor geld overgemaakt naar de overheid. Omgerekend betalen we per persoon ruim 100 dollar voor een stempel en een krabbel. Met de kwitantie van het postkantoor worden de documenten in orde gemaakt bij het politiebureau. Maar eerst gaat de officier pauze houden. We trakteren Apuenta op chocolade ijs en frisdrank. De middag loopt inmiddels al tot een einde en de grens naar China is al gesloten.

Apuenta zet ons af bij een herberg voor chauffeurs, vlak voor de grens. Daar stonden ook de fietsen geparkeerd. De bonus wordt uitgekeerd en Apuenta is tevreden. De laatste avond in Kazachstan wordt overnacht in een kleine zaal met 10 bedden. Het is een gezellige plek zo vlak voor China. Er zijn nog meer mensen aangespoeld voor de grens. We delen de zaal met 7 Chinezen. In het midden van de zaal staat een televisie en het hoofdkussen ruikt een beetje naar aftershave. ‘Wil je oordoppen Pim?’ ‘Nee, bedankt, gaat wel zo’ Terwijl het licht al uit is besluit Pim om muziek te luisteren voor het slapen. Op de valreep verschijnt er nog een Chinees om het laatste bed naast Pim te vullen. Als Pim zijn i-pod uitzet wordt de zwaarste kettingzaag van Azië opgestart. In de ochtend is iedereen aan het vingerwijzen wie de grootste boom heeft omgezaagd. Pim hoeft alleen maar opzij te kijken. Het is duidelijk dat er nog wat uurtjes slaap ingehaald mogen worden. Tijdens het ontbijt horen we het gesnuit en gerochel van de Chinezen bij de wasbak. Het gebakken ei smaakt er gelukkig niet minder door. Er is nog tijd voor een kop thee voor de grens open gaat. Rond de klok van 0900 uur nemen we afscheid van Kazachstan. De documenten zijn in orde, we mogen weer op weg. Op naar China.